Archeologische opgravingen

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Versie door Marcel (Overleg | bijdragen) op 26 sep 2012 om 01:41

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar:navigatie, zoeken

Archeologische opgravingen

Corbulo

De gracht van Corbulo

Leidschendam/Voorburg ligt aan de Vliet en die Vliet wordt altijd in verband gebracht met het verhaal over het kanaal of de gracht van Corbulo. Veel mensen denken dat het gewoon om hetzelfde water gaat, maar bewijzen kon men dat niet. Pas in de laatste tijd is er door archeologische opgravingen meer duidelijkheid in deze zaak gekomen.

Wie was Corbulo?

Corbulo was een Romeinse legeraanvoerder, die in de 1e eeuw na Chr. in ons land dienst deed. Het was toen nog maar een jaar of vijftig geleden dat de Romeinen hier als veroveraars binnen gekomen waren en Corbulo was eerst vooral betrokken met de pacificering van het gebied. De Romeinen probeerden ondertussen steeds meer nieuw land aan hun rijk toe te voegen – de rivier de Elbe in Duitsland leek zelfs niet onbereikbaar. Maar uiteindelijk liepen die campagnes op een fiasco uit en zo besloot keizer Claudius in 47 na Chr. zijn troepen permanent achter de rivier de Rijn terug te trekken. Voor Corbulo betekende dat een forse verkleining van zijn ambtgebied. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus vermeldt, dat het keizerlijk bevel Corbulo bereikte toen hij juist bezig was een fort te bouwen in het gebied ten noorden van de Rijn. Dat werk moest hij opgeven, maar om zijn soldaten toch aan de gang te houden liet hij hen een kanaal graven ten zuiden van de Rijn.

Wat schreef Tacitus?

Over de ligging van het kanaal eigenlijk bijzonder weinig. Het kanaal verbond de Rijn en de Maas (met de Rijn werd hier de noordelijke rivierarm bedoeld die wij nu Oude Rijn noemen; de Maas was de Nieuwe Maas ter hoogte van het Westland). Het kanaal zou vooral dienen om de vele gevaren van transport over zee te vermijden. Meer details geeft Tacitus niet.

Waar lag het kanaal dan wel?

Globale ligging kanaal
De landschappelijke situatie geeft enige aanknopingspunten. Het kanaal bood een alternatief voor transport over zee. Het lag dus ongetwijfeld niet ver van de kust. Die werd hier begrensd door een kilometers brede zandige duinzone. Ten oosten daarvan begon het veen, in de Romeinse tijd een moeilijk toegankelijk gebied van moerassen en broekbossen. De grens tussen beide landschapstypen was een natuurlijke keus voor het kanaal.

Toen echter de Romeinen ons land weer verlieten aan het eind van de derde eeuw, vervielen hun bouwwerken, zoals de forten langs de Rijn; ook hun wegen en waterstaatswerken werden niet meer onderhouden. Na een aantal eeuwen was er in het veld niets meer van te zien. Veel later, in de Middeleeuwen, werd er weer een kanaal gegraven: de Vliet. Die lag en ligt haast vanzelfsprekend ook op de grens van zand en veen, maar de Romeinen waren vergeten.

Corbulo’s gracht komt even te voorschijn.

Aan het eind van de 19e eeuw begon men stukje bij beetje de scheepvaartverbinding tussen Leiden en Overschie te moderniseren. Een belangrijke verbetering was het omleggen van de Vliet bij Leiden. Die werd bij de Lammenschans rechtdoor getrokken naar de Oude Rijn. Daar ontdekte men in 1912 in een insteekhaventje nabij park Cronestein wat Romeins aardewerk en de resten van een schip. De archeoloog J.H. Holwerda, die in die jaren groef in Forum Hadriani in Voorburg, heeft de vindplaats nog bezocht, maar hij was te laat. Men had de overblijfselen van het schip al weggegooid. Toch dacht Holwerda al dat de vondsten wel eens iets met het kanaal van Corbulo te maken konden hebben.

De Rivierenwijk in Leiden.

De Rivierenwijk werd in 1960/11961 gebouwd ten oosten van het Rijn-Schiekanaal, vlak bij de Oude Rijn. Daarbij ontdekte men in de bodem een oude waterloop. Inmiddels had men veel meer belangstelling gekregen voor “begraven geschiedenis” en liet men de archeoloog J. Bogaers ter plaatse onderzoek doen. Hij vond aan de noordoever van de waterloop beschoeiingen, die duidelijk uit de Romeinse tijd stamden. De geoloog Hageman kon verder door een reeks grondboringen de baan van de waterloop volgen tot aan de plek waar in 1912 het verteerde schip gevonden was. Men twijfelde toen niet meer – dit moest het kanaal van Corbulo zijn. Latere opgravingen in 1996 bij het castellum [Matilo] hebben die aanname bevestigd. Het blijkt dus, dat het Rijn-Schiekanaal en het kanaal van Corbulo bij Leiden globaal dezelfde route volgen, al verschillen ze op details zoals bij de uitmonding in de Rijn.

Opgravingen bij Leidschendam.

Toen in 1989 in de Rietvinkpolder langs de Vliet een woonwijk ontwikkeld zou worden gingen amateur-archeologen vooraf het veld in. Zij kregen van de gemeente toestemming om proefsleuven te graven en zij vonden 100 m westelijk van de Vliet ook resten van een gegraven vaart. Het hoge grondwater bemoeilijkte echter het onderzoek. Daarom werd een jaar later, nu door professionals, een tweede opgraving verricht. Het resultaat was ondubbelzinnig - ook bij Leidschendam kon het kanaal van Corbulo op de kaart ingetekend worden. Als aandenken is in het wijkparkje een stuk kanaal nagebouwd, met een Romeinse brug er over heen. Er naast kwam ook nog een wachttorentje en een bord met uitleg, maar die zijn helaas door vandalen gesloopt.

In 2004 namen de amateur-archeologen het initiatief om in de achtertuin van het perceel Veursestraatweg 118 te graven, juist op het punt waar de Vliet dicht tegen de strandwal aankruipt. Het profiel van de gracht was hier heel duidelijk in de bodem te zien. Ook de latere geschiedenis kon in het profiel gevolgd worden: de klei van het dichtslibben en daarboven afwisselend veen- en stuifzandlaagjes, waardoor het monument in de loop der tijd onzichtbaar was geworden.

In 2006 werd op het terrein van de voormalige Gemeentewerf achter de Oude Trambaan weer een opgraving verricht, dit keer door het bureau RAAP. Ook op deze plaats werd het kanaal van Corbulo aangesneden. Het was aan de zuidoostkant gedeeltelijk beschoeid met gekliefde eikenhouten palen. Half daarnaast en daaronder vonden de archeologen tot hun verrassing nog resten van een oudere bedding. Misschien was het kanaal hier al snel dicht gaan slibben en wijst het bovenste kanaal op een herstel-operatie. De latere vulling toonde een fijne gelaagdheid – dat wijst op een snelle sedimentatie. Nu herinnert het plaveisel tussen de nieuwe woningen aan het archeologisch monument: de parkeerplaatsen zijn gemerkt met Romeinse cijfers.

Kruist het kanaal de Vliet?

Bij de bovengenoemde reeks opgravingen bleek het kanaal ongeveer parallel aan de Vliet te lopen, maar ergens vlak vóór het sluiscomplex kan er een bocht of een knik in het tracé gezeten hebben. Dat blijkt uit twee verdere vindplaatsen. De eerste ligt nog ten westen van de Vliet, de tweede ligt aan de oostzijde. In het najaar van 2009 is op het Damplein in de bouwput van een ondergrondse parkeergarage het kanaal weer teruggevonden. Deze opgraving is nog maar kort geleden gedaan en de resultaten moeten nog uitgewerkt worden. Omstreeks het jaar 2000, bij de bouw van de Sytwendetunnel, vond men de baan van een waterloop op ongeveer 100 m ten oosten van de Vliet. Het is nog de vraag of het om het kanaal van Corbulo gaat of om een natuurlijke kreek, maar voorlopig heeft men voor Corbulo gekozen en men heeft in een klein plantsoen aan de zuidzijde van de tunnelbuis het tracé aangegeven door een met riet beplante strook, die gemarkeerd wordt door blauwe lampjes.

Forum Hadriani

Uit de laatste opgravingen bij Forum Hadriani is een ruime insteekhaven te voorschijn gekomen. Die zal ongetwijfeld verbinding gehad hebben met het Kanaal van Corbulo, maar waar en hoe is nog niet bekend.

Van Voorburg naar de Maas.

Bij de Hoornbrug buigt de Vliet af naar het zuiden op weg naar Delft. Dit gedeelte is ook in de Middeleeuwen gegraven, dwars door de verkaveling van oudere ontginningen heen. Het verloop van het kanaal van Corbulo is vanaf dit punt niet zo makkelijk te volgen wegens gebrek aan archeologische bewijzen van enige omvang. Men neemt aan, dat het kanaal min of meer rechtdoor getrokken was naar Naaldwijk, waar in de Romeinse tijd mogelijk een steunpunt van de Romeinse vloot gevestigd was. Dit laatste stuk liep dan uiteindelijk uit in de Gantel, een lange oude getijdenkreek, die echter toen al grotendeels dichtgeslibd was.

Tenslotte

En hoe zat het nu precies met de Vliet en het Kanaal van Corbulo? Voor het gedeelte van Leiden tot Rijswijk geldt: in grote trekken volgen beide een gelijke route, maar ze liggen niet op precies dezelfde plaats. In de Maritieme Canon van Nederland, opgesteld door het Maritiem Museum te Rotterdam, staat weliswaar, dat de Vliet door Romeinse handen gegraven is, maar dat moeten we maar als een dichterlijke vrijheid beschouwen.