Laat je schminken

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

ROMEINEN

Romeinse vrouwen droegen make-up. Ze gebruikten kalk, (krijtwit) of wit lood of witte mergel om hun hals en nek wit te maken. Een witte huid was een schoonheidsideaal. Het betekende namelijk ook dat je rijk genoeg was om niet op het land hoefde te werken. Of helemaal niet hoefde te weken.


Als de lippen en wangen van een vrouw niet rood genoeg waren, gebruikte ze een soort rood zand, oker. De wenkbrauwen werden ook gekleurd: zwart. Daar gebruikte ze een soort metaalpoeder voor: antimoon of stibium heet dat. Maar gewoon as uit het vuur kon ook gebruikt worden.


Welgestelde dames lieten hun crèmes door slaven maken. Zij werden ‘Cosmetae’ genoemd. Daar komt ons woord voor cosmetica vandaan. Van één zo’n crème werd een ontharingscrème gemaakt. Vrouwen moesten zich van top (behalve het hoofdhaar) tot teen ontharen. Die crème bestond onder andere uit zeewier, gemalen gedroogde adder en het bloed van een wilde geit. De haartjes werden met een scherpe steen weggeschuurd.

Germaans blond werd bij de Romeinse dames populair. Hun donkere haren blondeerden ze met een soort poeder en citroen. Het werd gebleekt.