Romeins honingschuitje eten en drinken

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Versie door PeterVieveen (Overleg | bijdragen) op 7 mei 2017 om 09:48 (Nieuwe pagina aangemaakt met 'Romeinen zijn dol op lekker eten en drinken. Met de handelsboten kwamen hierheen: kruiden als tijm en rozemarijn, oregano, peper, kaneel, walnoten en vijgen, dadels...')

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar:navigatie, zoeken

Romeinen zijn dol op lekker eten en drinken. Met de handelsboten kwamen hierheen: kruiden als tijm en rozemarijn, oregano, peper, kaneel, walnoten en vijgen, dadels en abrikozen. Allemaal waren die goed gedroogd konden worden en daardoor lang bewaard. Een van de zoetigheden die genuttigd werden was een zoet, met kaneel gekruid broodje met honing. Dat aten ze met een glas ‘vruchtensap’, aangelengd met water. Of met een soort bier of aangelengde wijn.

Ook al hielden de Romeinen van lekker eten, de meesten konden zich dat niet veroorloven en aten voornamelijk een soort pap, Puls geheten, dat gemaakt werd van een harde graansoort. Voor de smaak werd een beetje zout en wilde venkel toegevoegd. Brood werd met dezelfde graansoort gemaakt. Vergelijk met de pizzabodem van nu, of het pitabroodje.

Voor de variatie gebruikte men peulvruchten als kikkererwten, linzen, erwten en tuinbonen. Er bestaat een recept van Tisanum, een pap van gemengde peulvruchten die een lievelingsgerecht van keizer Augustus is geweest. Tisanum, recept door Apicius (eerste eeuw na Christus) opgetekend in De re coquinaria. Week kikkererwten, linzen en tuinbonen en kook ze. Laat ze goed gaar worden en voeg ruim olie toe. Snijd dan gare groenten, prei, korianderblad, dille, venkel, bieten, malve en koolstronken klein en doe ze in een pot. Kook de kool (apart) en wrijf veel korianderzaad, oregano, silphium en bonenkruid fijn, voeg garum (saus van gefermenteerde en gezouten vis) naar smaak toe, giet dat over de pap, roer en bestrooi het geheel met fijngehakte koolstronken.


De Romeinen aten ook graag tuinbonen. Jong zijn ze heel zoet en worden rauw gegeten met wat olie en kaas. Rijpe bonen worden gedroogd en gebruikt om Maccu (tuinbonensoep) van te maken. Week de tuinbonen een nacht in koud watee en laat ze uitlekken. Doe de bonen in een soeppan met dikke bodem en voeg een half liter water, wat zout en venkel (wilde, gewassen en fijngehakt) of 2 theelepels zaad, toe. Breng alles aan de kook en laat het zonder deksel 2 uur op laag vuur zachtjes koken totdat de bonen door en door gaar zijn. Roer regelmatig in de pan. Breng de puree op smaak met zout, peper en olijfolie. Giet eventueel overgebleven maccu op een schaal en laat het opstijven. Snijd de maccu in reepjes, haal ze door bloem en bak ze in wat (olijf)olie.