A den Doolaard

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

A den Doolaard

A den Doolaard 1950, foto van Paul Huf/Rijksmuseum

A den Doolaard (1901-1994), pseudoniem van Cornelis Johannes George (Bob) Spoelstra, is een Nederlandse schrijver. Geboren als domineeszoon in Zwolle, verhuist hij met zijn ouders naar Zuid-Afrika. In 1908 komen zij terug naar Nederland en vestigen zich in Den Haag. Na het slagen voor de HBS komt hij aldaar te werken als boekhouder voor de Bataafsche Petroleummaatschappij (BPM, later Shell).

Begin jaren twintig ontmoet hij bij een lezing van Louis Couperus de acteur Albert van Dalsum, met wie hij bevriend raakt. Deze moedigt hem aan zich op de literatuur te storten. Zijn eerste gepubliceerde gedicht, Credo, verschijnt omstreeks 1921 in Het Getij.

Den Doolaard en Voorburg

Van februari 1928 tot augustus 1929 huurde Den Doolaard een kamer in het fraaie onderkomen op het adres Oosteinde 193, genaamd Woelwijk. Het oudste gedeelte van dit huis bestaat uit een 17e-eeuwse boerderij. In 1824 werd voor de boerderij een herenhuis gebouwd. Het is tijdens dit korte verblijf in Voorburg dat Den Doolaard, als boekhouder werkzaam bij de Bataafsche Petroleum Maatschappij, de beslissing neemt een andere wending aan zijn leven te geven. Later vertelde hij hoe hij in deze tijd tot zijn zwervend en schrijvend bestaan gekomen is:

Op mijn 27ste jaar kwam er een abrupt einde aan een veelbelovende carrière als boekhouder, doordat ik de neiging niet kon bedwingen om lyrische gedichten te schrijven in de journalen. Ik verbraste enige duizenden guldens spaargeld in enkele maanden en zwierf toen noodgedwongen door Frankrijk en de Balkan als vagebond en los arbeider, de kost verdienend als dorser, druivenplukker, dokwerker en straatfotograaf. Bij deze foto´s begon ik artikelen te schrijven en zo raakte ik in de zwerfjournalistiek verzeild.

Den Doolaard, de schrijver

Zijn bekendste boek is "De herberg met het hoefijzer", wat hij in 1933 schreef. Hierin vertelt Den Doolaard het verhaal van de geoloog Erwin Raine, die naar Albanië wordt gezonden om de Noordalbanese Alpen op hun koperrijkdom te onderzoeken. In feite handelt het boek echter over een geval van bloedwraak.

Den Doolaard reist door geheel Europa. In Berlijn woont hij bij toeval een bijeenkomst bij, waar Hitler en Goebbels spreken. Hierdoor en door de aanraking met andere totalitaire regimes gaat hij daarover kritische artikelen publiceren en ook een reportage "Het hakenkruis over Europa" (1938). Door deze en andere fel antifascistische artikelen wordt hem de toegang tot een aantal landen (Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk en Italië) ontzegd. Op de fiets vluchtten hij en zijn vrouw in mei 1940 naar het zuiden. Uiteindelijk lukt het hen om via Spanje en Portugal Engeland te bereiken. Daar wordt hij een bekend spreker voor de Nederlandse radiozenders in Londen.

Den Doolaard wordt gezien als een belangrijk vertegenwoordiger van het vitalisme, dat hij in een van zijn vroege gedichten omschrijft als "het blindelings beminnen van het leven".

Hij overlijdt op 26 juni 1994 in zijn woonplaats Hoenderlo (vanaf 1954) en ligt aldaar begraven op het kerkhof van de Protestantse Heldringkerk. Grafsteen is een zwerfkei met als opschrift: We hebben tussen wonderen geleefd maar we hebben het niet begrepen (slotzin van zijn boek "De goden gaan naar huis")

Titels

(keuze)

  • De druivenplukkers (1931)
  • De Herberg met het hoefijzer (1933, over bloedwraak in de Balkan)
  • Oriënt expres (1934)
  • De grote verwildering (1936)
  • Wampie (1938, Wampie was de koosnaam voor zijn 14 jaar jongere tweede vrouw Erie Meijer)
  • De bruiloft der zeven zigeuners (1939)
  • Het verjaagde water (1947, over het in de oorlog onder water gezette Walcheren)
  • Het leven van een landloper (1958, geheel herzien 1979, autobiografie)
  • De goden gaan naar huis (1966)

Bronnen