Boeren in de Meerpolder

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
Boeren in de Meerpolder
513 H0318.JPG
Gerard de Groot
Adres
Lokatie ,
Jaartal 1931 -
Lees meer
Referentie
Categorie Object
ELV logo logo rgb-001.png

Gerard de Groot, geboren 1931

“De boerderij had ongeveer 50 koeien en we verbouwden tarwe, suikerbieten, aardappelen. Mais was er toen nog niet. In totaal hadden we ruim 30 hectare.”

“Ook hadden we een eigen bedoening: eerst kalveren en later een varkensmesterij. Daar kon ik van sparen voor later. Eens in de zoveel tijd gingen we naar ’s-Hertogenbosch om daar vleeskalveren te kopen. Dan zocht ik tien of vijftien kalveren uit en die werden per veewagen naar Zoetermeer vervoerd. Ze kostten toen even 100 gulden en waren twee weken oud en net van de melk of biest af, meestal roodbont. Ze stonden op stal en werden daar vest gemest tot drie, vier maanden. Dan waren ze 150 á 180 kilo en brachten in Rotterdam 3 á 4 gulden de kilo op. Als voer kregen ze speciale met in warm water opgelost melkpoeder, want de consument wilde blank vlees.”

“Het meeste werk op de boerderij was altijd het melken, met de hand. Dat gebeurde om half vijf in de ochtend, in de stal of buiten bij een trog waar ze bijgevoerd werden en waar de koeien aan een hek vastgezet konden worden. ’s Middags om vier uur weer. Gemiddeld gaf een koe in de jaren vijftig 4 á 5000 liter melk per jaar. Als ik klaar was met het koeien melken dan voerde ik mijn eigen kalveren. Na het eten gingen we het land in om vuil tussen de gewassen te wieden, of aardappelen te rapen. In de winter was er in de stallen meer te doen: voeren, melken, mesten en alles met de hand. Blessures heb ik nooit gehad, je wist niet wat het was. Ergens in 1956 kwam de eerste trekker, een blauwe Ford. Die werd ook wel het blauwe gevaar genoemd omdat het voor veel mensen minder werk betekende. Ploegen deed je eerst met een paar span paarden, nu deed die trekker dat. Veel arbeiders gingen daarom naar Brinkers of Nutricia.”