De Nieuwe Ploeg (BD)

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken


'De Nieuwe Ploeg'

Bijna vijftig jaar geleden was het al niet veel anders dan nu. Altijd weer die vragen van: hoe kijk je tegen een schilderij aan? En hoe tegen een beeldhouwwerk?

"Wie een schilderij beziet treedt binnen in een andere wereld, het beeldhouwwerk komt uit die andere wereld in de onze."

"Er bestaan schilderijen, die zozeer willen schijnen wat ze zijn: producten van een tweedimensionale kunst, dat ieder perspectief er op ontbreekt en daarmee de diepte; maar zelfs in deze werken voelt men de afstand die er ligt tussen de beschouwer en het beschouwde. In het perspectivische schilderij stroomt onze reëel ervaren ruimte door de poort der lijst over in het gesuggereerde, in het consequent tweedimensionale vindt die ruimte een verweer en daarmee een afsluiting, maar bij de sculptuur, en ook bij de architectuur, in zoverre deze sculptureel werkt, heeft zich een menselijke creatie geplaatst in de ruimte en onmiddellijk werkt ze magisch, geen beschouwer kan zich daaraan onttrekken: hij ervaart hoe dat plastische toestel de ruimte splitst of voegt, verscheurt of ordent en, of het haar tot rust brengt of tot chaos, haar altijd verandert. Beelden zijn als sommige demonen: men roept ze op en kan ze niet meer bezweren. Het is dan ook niet vreemd dat zij bij primitieve volkeren zo'n grote religieuze betekenis hebben. Geheel buiten esthetische waarde om, bezitten zij een magische kracht die aan hun iconografische betekenis een overwaarde verleent, die hen de verbeelde goden meer doet zijn, dan dat zij er een voorstelling van bieden."

Met deze beschouwing begint -zomer 1953- Wim A.L. Beeren, lid van het bestuur van -wat zich noemt: de artistieke werkgroep- zijn inleiding op een beeldententoonstelling. Een beeldententoonstelling in ons eigen dorp, in Park Sonnenburgh.

Voorburg was al vanouds een dorp waar kunstenaars de ruimte kregen om hun artistieke aspiraties tot uitdrukking te brengen. Zelfs meer nog dan het 'kunstenaarsdorp' Bergen in Noord-Holland. Ach u weet hoe daarover gedacht wordt: 'geen brood op de plank' en 'armoe troef'. Een kunstenaar leeft meer van idealen dan van brood, zou je zeggen. Toch was Voorburg nog -zeker in die jaren zo vlak na de oorlog- een dorp waarin een klimaat heerste waarin of waarbij kunstenaars zich thuis voelen. Zo kon het gebeuren dat een groep kunstenaars als het ware een nieuwe school gingen vormen en onder de naam "De Nieuwe Ploeg" naar buiten traden. Want dat is iets wat kunstenaars niet altijd spontaan doen, naar buiten treden. Daarvoor is niet alleen initiatief nodig en medestanders vinden, maar ook -het is nooit anders geweest- subsidie, geld of een mecenas die bereid is te sponsoren, zoals we dat heden ten dage zeggen.

Nu moet gezegd, dat het niet zozeer "De Nieuwe Ploeg" zelf was, die het voortouw nam, maar eerder de 'praeses' een zekere heer Frits A. Becht. Deze heer zal wel wat van doen hebben gehad met de slogan "Kopen bij Becht, een levende traditie". Een gerenommeerde zaak in serviezen, bestekken en dergelijke in de oerdeftige Passage te 's-Gravenhage. De gemeente Voorburg liet zich in die tijd van de allerbeste kant zien: zij bood "De Nieuwe Ploeg" subsidie aan om in het lommerrijke Park Sonnenburgh een beeldententoonstelling in te richten. En dat dan met name voor jonge - nog niet 'gearriveerde' - kunstenaars uit Voorburg en Den Haag. Toch, alhoewel er van de kant van de gemeente geldelijke, materiële en morele steun werd toegezegd, kon niet worden gezegd. Richt de zaak dan nu maar - even - in. Om de plannen te verwezenlijken werd eerst nog contact gezocht met de hoofdstad Amsterdam, waar de Nederlandse Kring van Beeldhouwers haar zetel had. Je weet immers maar nooit met die jonge kunstenaars. Werk van meer 'gearriveerde' kunstenaars aantrekken, biedt immers meer kans op succes en waardering van het publiek.

Maar de Kring liet het afweten. Ze vonden de tijd van voorbereiding te kort en het kapitaal wat daarvoor nodig was? Was dat wel toereikend voor zo'n ambitieuze opzet? Toch ging 'De Nieuwe Ploeg' door. Zij waren - zo schrijft de inleider Wim Beeren - meer bezig met hun ideaal, dan met hun beurs. Je moet nooit vergeten "dat het steeds weer de avant-garde was - en zij die dat corps hun kansen gaven - die de strijd leverde om het lente te doen worden in een oud winterbos."

De diepere achtergrond was nu veeleer: ga niet direct de jonge garde veroordelen, omdat ze nog niet gearriveerd zijn, maar geef ze de kans om uiteindelijk te kunnen arriveren. Gun ze de confrontatie van hun voortbrengselen met het publiek. En zo is het dan ook geworden. De expositie werd een goed globaal overzicht van wat er op dat moment gepresteerd werd door de jonge kunstenaars in Voorburg en Den Haag.

Namen?

  • Theo van der Nahmer, die de meest "poëtische" van de groep wordt genoemd.
  • Onze Marian Gobius, die het verrassende vermogen bezat het 'zich onbespied wanende' vaak veel beter te verbeelden, dan het stylerend monumentale.
  • Van Rudi Rooijackers kan men op dat moment -we beleven nog steeds het jaar 1953! - zijn ontwikkeling nog moeilijk voorspellen.
  • En dan de leerlinge van de befaamde Ossip Zadkine: Lotti. Zij mag dan een der groten als leermeester hebben gehad, zij is bepaald niet vervallen in slaafse navolging. Volgens de beschrijving waren haar werken een uiting van een volslagen nieuwe, demonische wereld.
  • Jan Snoeck, toen nog een debutant, die worstelt met de weinig genuanceerde, massieve vormen van het stugge materiaal en toch daaraan een mysterieuze geladenheid verleende, een starogige nervositeit. Zijn houten beeld van 'The man who died' heeft behalve het driedimensionale zelfs nog een vierde dimensie: die van de menselijkheid, zij het een mythische
  • Jaap Grutterswijk weet in zijn werken een nobele, verfijnde gestalte te kunnen creëren.
  • Nol Greebe, onder de indruk van de scheppingen van Zadkine, maar duidelijk op zoek naar eigen vormen.
  • De droomsferen van Aart van den IJssel, aanhanger van de opvatting van August Rodin, dat een vrouw en een paard volgens dezelfde principes zijn opgebouwd.
  • Hans van Zutphen ten slotte, die in zijn werk een grote verscheidenheid toont. Het gestileerd statische in strijd met het chaotische.

Kortom allemaal kunstenaars die soms al enigszins hun weg hadden gevonden en wellicht vaker, zoekende waren.

Hun werken waren gedurende anderhalve maand in Park Sonnenburgh in Voorburg te zien. Een symbiose tussen kunst en natuur. En evenals in Park Sonsbeek bij Arnhem, waar op dat moment ook een beeldententoonstelling in de vrije natuur werd ingericht, wilde men aantonen, dat beeldhouwwerken daar ook thuis horen! In de buitenlucht, tussen het groen: oftewel tussen wat God schiep en de mens.

En dat alles vond twee jaren achtereen plaats. Het jaar daarop 1955 was Museum Hofwijck de plaats van handeling.

Vijfendertig namen staan er in de catalogus van deze 'Nationale Tentoonstelling Beelhouwwerk' vermeld. Onnodig te zeggen dat het pionierswerk van 'De Nieuwe Ploeg' was aangeslagen. Onmogelijk om ze hier allemaal met name te noemen.

Werken

Beeldhouwwerken van enkele de in dit artikel genoemde leden van de “Nieuwe Ploeg” kan men in Leidschendam-Voorburg tegenkomen:

  • Theo van der Nahmer
    • Vissertje, twee vogels en hondje (1985), in de vijver Prins Bernhardlaan, hoek Rembrandtlaan, Voorburg
    • Psyché (1964), Aart van der Leeuwkade, hoek Louis Couperusstraat, Voorburg
  • Marian Gobius
    • Meisje met eend (1964), in sloot Prinses Beatrixlaan, Voorburg
    • Kind met duim in de mond (1969), Park Rozenrust, Leidschendam
    • Lezende kinderen (1953), Mgr van Steelaan, hoek Aart van der Leeuwkade, Voorburg
    • Huiselijk geluk (1969), in het park Mgr van Steelaan, hoek Prinses Beatrixlaan, Voorburg
    • Diergroep (1961), op de brug over de broeksloot, Rembrandtlaan, Voorburg
    • Meisje met vogel en jongen met vis (1968), in vijver school Loolaan, Voorburg
    • Het gezin (1969), Willem de Bijelaan 147, Voorburg
    • Egelfamilie (1972), kinderboerderij Vreugd en Rust, Oosteinde, Voorburg
    • Christiaan Huygens en Benedictus de Spinoza, Huygens Apotheek, Herenstraat 56, Voorburg
    • Portretten van de heren Krüger en Kok (1971), topgevel huize Swaensteyn, Herenstraat, Voorburg
    • Prinses Marianne (1983), in tuin Oude Kerk, Herenstraat, Voorburg
  • Rudi Rooijackers
    • Het gezin (1954), in het park, Van Lodensteijnstraat, Voorburg
    • Gevelversiering, Mgr van Steelaan 61-203, Voorburg
  • Jan Snoeck
    • Ubu (2003), Via Donizetti, hoek Via Cimarosa, brandweerkazerne, Voorburg
    • Zonder titel (1970), in tuin gymnasium Novum Carel Vosmaerstraat, Voorburg
    • Jacht in de oertjd (1954), op de brug over de broeksloot, Schellinglaan, Voorburg
  • Aart van den IJssel
    • Haften (1980), in de vijver Mgr van Steelaan, hoek Wilgendreef, Voorburg
    • Bladerkop (1968), hoofdingang Daltonlyceum, Loolaan, Voorburg
    • Libelle (950), in hal Herenstraat 74, Voorburg
    • Zonneruiter (1969), binnentuin zorgcentrum, Sonnenburghlaan, Voorburg

Bronnen

  • Bernard Dijkman (medewerker Oud-archief Gemeente Voorburg, 1955) ‘’De Nieuwe Ploeg in Park Sonnenburgh te Voorburg’’, essay uit de door Frans Kokshoorn ter beschikking gestelde catalogi
  • Catalogus - "Tien Jonge Beeldhouwers" (1953)
  • Catalogus - "Modern Beeldhouwwerk" (1954)
  • Catalogus - "Beelden in en om Hofwijck" (1955)
  • Catalogus - Nationale tentoonstelling beeldhouwwerk
  • Uit … de Kunst, Beeldengids Leidschendam-Voorburg (2004), Gemeente Leidschendam-Voorburg