De Nieuwe Veenmolen

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
NieuweVeenmolen.jpg

De Nieuwe Veenmolen

De molen ligt op een fraai groen eilandje, door water omgeven.Zo hoort dat ook met een watermolen. De naam en het bouwjaar staan duidelijk leesbaar in de kap: De Nieuwe Veenmolen anno 1654. Het woord nieuw doet wat vreemd aan voor een molen die bijna 350 jaar oud is. De verklaring is echter simpel. In de 15e eeuw was er al een eerdere, dus oudere Veenmolen gebouwd aan de Trekvliet. Deze bleek echter niet in staat om in z'n eentje de polders tussen Voorburg en Den Haag voldoende droog te malen. Met de bouw van een tweede molen tegenover kasteel De Binckhorst in 1461 hoopte men op afdoende verbetering, maar helaas, de wateroverlast bleef. In 1621 besloot men een nieuwe poging te wagen. De vervallen en verouderde Binckhorstmolen werd afgebroken en vervangen door een andere, meer oostwaarts gelegen molen, De Vliegermolen. Een aardig detail is dat deze molen werd gefinancierd door Johan Ysnouts van Nes, de toenmalige eigenaar van De Grote en De Kleine Loo. Hij had uiteraard groot belang bij een goede werking van deze molen, die ook De Loo en de omringende gronden droog moesten houden. Helaas lukte dit laatste ook niet afdoende met De Vliegermolen, zodat besloten werd nog een nieuwe te bouwen aan de Schenk- of Scheywatering. Dit werd de Nieuwe Veenmolen. Toen omstreeks 1652 de plannen voor deze nieuwe molen bekend werden, werd door Johan van Nes, mede namens de andere eigenaren van De Loo, een protest ingediend bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Niet dat zij tegen de komst van deze molen waren, integendeel. Het probleem was de gekozen plek. De molen was gepland op slechts tachtig roeden van de Loolaan. Het verlies van een eendenkooi op die plek hadden de Loo-eigenaren er wel voor over. De grote vrees was echter dat zij gedwongen zouden worden de hoge bomen om te hakken die vanouds langs hun Loolaan stonden en die nu de windvang van deze nieuwe molen zouden kunnen hinderen. Daarom vroegen zij de Edelachtbare hoogheemraden een andere plek voor de molen te zoeken, of nadrukkelijk te bepalen dat er nu en in de toekomst, niettegenstaande de aanwezigheid van een molen, altijd hoog opgaand geboomte langs de Loolaan mocht blijven. Dit laatste werd het en zo ontstond een recht voor de eigenaren van De Loo, dat in de latere verkoopakten steeds met nadruk werd genoemd.

Bron

Historische wandelingen in Voorburg en omgeving : Vorstelijke dieren en andere prentkunst / Kees van der Leer ; met medewerking van Gerard Duijvestein. - Zwollen : Waanders, 2001