Een samenhangende waterbeheersing

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
Een samenhangende waterbeheersing
721 Gerard van Oosterhout.jpg
Naar de nieuwe tijd
Adres
Lokatie ,
Jaartal 1625 -
Lees meer
Referentie
Categorie Object
ELV logo logo rgb-001.png

Rondom de Meerpolder werd op grote schaal geslagturfd. Dat was al in 1625 duidelijk toen de ambachtsbesturen van Zoetermeer, Zegwaart en Stompwijk-Wilsveen een gezamenlijke waterhuishouding wilden organiseren, een Generale Bepoldering. Die was niet gericht op droogmaking maar op het beheersen van het waterpeil ten behoeve van droge legakkers voor de turfwinning. De plannen leidden tot hevige oppositie van de Zoetermeersche Meerpolder en de stad Leiden. Er werd gevreesd voor hoge waterstanden in de boezem, de belemmering van de scheepvaartroutes in dat gebied en slechtere doorstroming van de Leidse grachten. Dat laatste had Leiden al aan den lijve ondervonden bij de droogmaking van de Meerpolder. Uit een inventarisatie in 1633 bleek hoezeer het land rondom driekwart van de Meerpolder was verveend. Zou dat allemaal afgesloten worden van het boezemwater, dan zou de doorstroming in Leiden verminderen en de grachten tot een stinkend geheel maken.


Pas in 1637 kon worden begonnen met de Generale Bepoldering. In fasen leverde dat nieuwe droogmakingen op: 1668-1675 de Driemanspolder (1000 ha), 1759-1762 de Palensteinse Polder (520 ha) en in 1768-1771 als fiks restant (1100 ha) de Drooggemaakte Grote Polder met daarin Het Lange Land, de Leyens, Buytenwegh en de zogeheten Verslagturfde landen van de Grote Polder onder Stompwijk. Het Stompwijkse deel werd door een molengang op de Stompwijkse Vaart uitgemalen, het deel dat in het ambacht Zoetermeer lag via molens in het noorden van het Lange Land op de Vliet bij de Noord-Aa. Vier jaar later werd de polder gesplitst in de Zoetermeerse of Nieuw Drooggemaakte Polder (685 ha) en de Drooggemaakte Grote Polder (490 ha) onder Stompwijk. Het rondje rondom de Meerpolder werd uiteindelijk gesloten met het droogmalen van de Kleine Blankaart- en Geerpolder in 1867-1868.