Fonteynenburgh

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

De koninklijke was in Voorburgs gras

Kort voor de Oude Tolbrug aan de Voorburgse kant, staan grote bomen die de plek markeren waar eens de buitenplaatsen Heeswijk en Fonteynenburgh hebben gestaan. Huize Heeswijk werd indertijd opgesierd door een marmeren fontein, gemaakt door de Friese beeldhouwer Pier Pander. De fontein stond dichtbij het geurende rozenpad, dat voerde naar een klein mausoleum. Dit grafmonument bestond uit een koepeldak, gedragen door acht pilaren, op een plateau met vier treden. Tussen de pilaren stond een grote urn, met de as van Lucas Everhard Hekmeyer, de in 1903 overleden eigenaar van Heeswijk. Hij was een van de eerste Nederlanders die daadwerkelijk cremeren verkoos boven begraven worden. Heeswijk werd in 1958 afgebroken. Het mausoleum verhuisde naar de Haagse begraafplaats 'Oud Eik en Duinen'. De fontein werd nagelaten aan de gemeente Voorburg, onder de voorwaarde dat de fontein ieder jaar zou spuiten op de verjaardag van Hekmeijer. De fontein staat inmiddels bij Huize de Werve en spuit sinds kort weer Voorburgs water gedurende alle zomerdagen.

Fonteynenburgh, gelegen aan het eind van het Westeinde, dankte zijn naam aan Rutgert van Cleeff. Deze 17e-eeuwse bewoner was 'fonteynier', oftewel fonteinwerker, op het Loo. Vanaf 1879 woonde hier Daniël Kautzmann, nadat hij eindelijk toestemming had gekregen van zijn vader om te mogen trouwen met Sophia Henriëtte, de dochter van de vermaarde predikant Van Oosterzee. Deze predikant huurde indertijd het buiten Hofwijck, aan het begin van het Westeinde. Hij was een huisvriend van Oranjeprinses Marianne, die op Rusthof aan het Oosteinde woonde. Aan haar kordate ingrijpen was het te danken dat het huwelijk kon doorgaan. Daniël mocht van zijn vader namelijk eerst trouwen wanneer hij zijn rechtenstudie in Leiden met goed gevolg zou afronden. Dit nu wilde maar niet lukken, waarop Sophia Henriëtte zich wanhopig tot prinses Marianne wendde. De om haar liefdadigheid bekend staande prinses, bezorgde Daniël een baan als haar bibliothecaris. Vader Kautzmann liet zijn bezwaren varen en zo kon het huwelijk toch nog doorgaan.

Het pad langs de Vliet voert verder langs de plek waar eertijds aan het Westeinde de Voorburgse watertoren stond, die jarenlang het Vlietwater zuiverde tot drinkbaar water. Dichtbij die toren had ook de 'StoomWasch-en Strijkinrichting Middenburg' gelegen, een 'Inrichting tot het Desinfecteeren van alle Goederen'en 'Bewassching zonder bijtende middelen'. Hier werd ook het lijfgoed van koningin Wilhelmina gewassen en op uitdrukkelijk verzoek van de vorstin buiten op het gras gedroogd, uiteraard discreet gescheiden van de rest. Voor de dienstverlening aan het Koninklijke Huis werd zelfs een aparte auto aangeschaft en beschilderd in de Oranje-Nassaukleuren.

Bron

Historische wandelingen in Voorburg en omgeving : Vorstelijke dieren en andere prentkunst / Kees van der Leer ; met medewerking van Gerard Duijvestein. - Zwollen : Waanders, 2001