Gebruiker:Annekee

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken


Marian Gobius (1910-1994)

Gobius volgde haar opleiding in Amsterdam en Parijs, onder meer bij professor Jan Bronner. Zij werkte overwegend in een klassieke, figuratieve stijl. In heel Nederland staan beelden van haar. Zij heeft vooral veel oorlogsmonumenten gemaakt, waaronder dat voor de Stijkelgroep in Den Haag en het Verzetsmonument in Maarssen. In Voorburg was zij een beeldhouwster die veel belangstelling trok van leerlingen, bewonderaars en opdrachtgevers. In Voorburg zijn onder meer beelden van haar te zien van Prinses Marianne enkele kinderfiguurtjes. Ze vervaardigde de ronde reliëfjes van Baruch Spinoza en Christiaan Huygens aan de gevel van Herenstraat 56.


Het atelier

Gobius schonk een deel van de inventaris van haar atelier aan het voormalig museum Swaensteyn, dat is opgegaan in het Stadsmuseum Leidschendam-Voorburg. Deze schenking brengt op unieke wijze het vervaardigingsproces van haar beelden in beeld.

Op de foto is het atelier te zien zoals getoond tijdens de expositie 'Een schateiland aan beelden' (2011). Tot het atelier behoren een werkbank en draaitafel, inclusief de gereedschapskist. Op de planken aan de wand gereedschap en verschillende studies in terracotta en andere snel te gebruiken materialen.


Academische werkwijze

Gobius had een werkwijze die sterk was bepaald door haar opleiding, een 'academische' werkwijze. Dit is duidelijk terug te zien in de voorstudies, waarvan het museum er vele in collectie heeft. Hier onder vele studies van het menselijk lichaam, naakt en gekleed. De meeste van haar beelden waren figuratief en de mens nam een belangrijke plaats in binnen haar werk. Gobius werkte van algemene studies naar specifieke schetsen, nam de ruimte in acht waar het kunstwerk moest komen, maakte vervolgens ruimtelijke voorstudies - meest in terracotta - en ging pas daarna over tot het maken van het uiteindelijke beeld.

P9151643-web.jpg

Schetsboeken

Schetsen en studies laten zien hoe Gobius haar ideeën uitprobeerde door ze eerst te schetsen. Soms zijn ook tekeningen te zien van de ruimten (tuinen, parken) waar de beelden moeten komen. Op die manier kan de plaats waar het beeld komt een rol spelen in het ontwerp. In de oudere schetsboeken zijn ook kleine, korte stripachtige tekeningen te vinden die Gobius voor haar plezier maakte.