Gebruiker:Kees vermeulen

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Schilden en wapenschilden

Schilden

Een schild dient om slagen, houwen en pijlen af te weren. Het gebruik van schilden is dan ook zo oud als de oorlogsvoering. Eeuwenlang werden schilden gemaakt van de natuurlijke materialen die voorhanden waren, zoals dierenhuiden, riet en hout. Uit opgravingen in een grote regio (van Iran tot en met Italië) blijkt dat er in het eerste millennium v. Chr. bronzen schilden vervaardigd werden ten behoeve van de elite. Er zijn soms voorstellingen op gegraveerd, bijvoorbeeld van jachttaferelen en fabeldieren. In dit tijdperk - en lang nadien - was het gewone voetvolk uitgerust met houten schilden, soms voorzien van een bronzen knop.


Isolde scheept zich in Ierland in, begeleid door Tristan en twee andere ridders. Geïllumineerd manuscript (15e eeuw) van de hoofse ridderroman 'Tristan en Isolde'.

Wapenschilden

Een wapenschild, het woord zegt het al, draagt het wapen van degene die het schild gebruikt. In Europa sluit de overgang van schild naar wapenschild naadloos aan bij de technische verbeteringen in de ridderuitrusting in de twaalfde eeuw A.D. De ridderhelm met afsluitbaar vizier deed toen zijn intrede op het slagveld. Naast voordelen op het gebied van verwondingen in het gezicht, heeft een gesloten vizier ook een nadeel: het was lastig mede- en stegenstanders van elkaar te onderscheiden. Bijgevolg ging elke ridder zijn schild voorzien van een herkenbaar teken, een eigen kleur, of beide. Daarvan getuigt de afbeelding van de drie ridders die Isolde naar de loopplank van een schip begeleiden. Totem- en fabeldieren, zoals een klimmende (strijdlustige) leeuw, of een eenhoorn, waren bij de ridders in trek. Adellijke geslachten ging deze, en andere symbolische voorstellingen, nadien als 'huismerk' gebruiken. Vlaggen, munten, zegels, haardplaten, grafzerken en toegangspoorten van een kasteel, elk denkbaar voorwerp werd voorzien van het eigen beeldmerk.

Hanze zegel van Staveren uit de 14de eeuw opschrift SIGILLUM BURGIENSUM DE STAVRIA (‘zegel van de burgers van Staveren’).

Een wapen was niet het alleenrecht van de adel (en de kerk). Toen de middeleeuwse bewonerskernen stadsrechten verkregen, koos elk stadsbestuur zich een eigen beeldmerk om oorkonden en contracten mee te verzegelen. Het Friese Staveren is de oudste stad van Nederlands. Deze plaats kreeg al stadsrechten in 1061. In de provincie Holland kwam die ontwikkeling veel later tot stand. De oudste Hollandse stad is Dordrecht (1220), de tweede is Delft (1246). Niet alles is zo rechtlijnig als het hier wordt voorgesteld. Die Haghe (Den Haag), dat voor het eerst in 1291 genoemd wordt, was een dorp, maar wel een met een eeuwenoud embleem: de Haagse ooievaar. In Die Haghe en vooraanstaande handelsplaatsen ontstond een stedelijk patriciaat dat de adellijke gewoonte over nam. Elke aanzienlijke burgerfamilie koos zich een familiewapen met bijpassend wapenschild om met behulp van lak documenten en brieven te verzegelen. Nu is een zegelring gemeengoed geworden, maar zegellak, kom daar eens om!

Het gebruik van doek en steen om wapens op te schilderen, of in te beitelen, heeft er toe bijgedragen dat in de loop van de eeuwen een wapenschild steeds complexer werd. Enerzijds deden er in toenemende mate symbolische elementen hun intrede. Anderzijds werden de versieringen rondom het eigenlijke wapen steeds uitbundiger.
Het keurzegel van de lakenhandel uit 1674 met hierop het stadswapen van Dordrecht. (Uit: Busch, fig 12).

Er verschijnen helmen of kronen boven het wapen, wapendragers in dierlijke of menselijke vorm aan weerszijden en een motto er onder en/of een spreuk binnen het schild. Deze toevoegingen hebben geen invloed op de interpretatie van het schild.











Heraldiek

voorkant vaandel, detail
In de heraldiek of wapenkunde wordt een schild altijd beschreven vanuit het perspectief van de ridder achter zijn schild: heraldisch links en heraldisch rechts. De toeschouwer ziet dat uiteraard net andersom. Rechts werd geassocieerd met “goed” en links met “kwaad”. Uit het collectief westers geheugen zijn deze ideeën vrijwel verdwenen. Zo is het verbod om links te schrijven op school in de jaren zestig van de afgelopen eeuw afgeschaft. Zouden jonge ouders nog steeds hun kleuters aansporen om het “mooie” handje te geven?

Links en rechts zijn in de heraldiek belangrijk. Men “leest” een wapenschild van boven naar beneden en van heraldisch rechts – het belangrijkste element - naar heraldisch links. Deze rechts/linksordening geldt eveneens voor taferelen waarop meerdere wapenschilden zijn afgebeeld, zoals op het vaandel van de schutterij van Voorburg. Voorburg viel destijds bestuurlijk onder Delft en daarom staat het wapen van Delft heraldisch rechts (voor de toeschouwer links) en dat van Voorburg heraldisch links. Zo komt de maatschappelijke hiërarchie in beeld.

Jan Gossaert (1478–1532), portret van een man (Jan Jacobsz. Snoeck?), olie op paneel, ca. 1530, National Gallery of Art, Washington D.C.
Bij de vroege Noord-Nederlandse portretten geldt de zelfde regel als bij wapenschilden. Op het hiernaast getoonde portret uit ca. 1530 heeft de opdrachtgever, een belangrijk man, zijn ganzenveer in zijn rechterhand. Als het inderdaad een portret van Jan Jacobszn. Snoek is (1510-1558) dan betreft het een echte magistraat (voorzitter van de schepenraad en burgemeester van Gorinchem, dijkgraaf van den lande van Arkel, gedeputeerde ter Staten van Holland en West- Friesland) die je ziet te midden van de ‘tools of his trade’.





Enkele decennia later wijzigen de portretschilders bovenstaande rechts-linksordening. Voortaan schilderen zij een portret (zoals van een edelman met zijn zwaard in zijn rechterhand, een geleerde die wijst naar een foliant of een zelfportret van de schilder met zijn penseel ) zoals de toeschouwer dat ziet. Onbewust van het spiegelbeeld effect zie je het voorwerp in de rechterhand op de afbeelding, die dus de linkerhand van het model is. Dat illustreert het hieronder bijgevoegd portret uit 1562 van een jonge man. Met de vinger waaraan hij zijn zegelring draagt wijst zijn “goede” hand naar een stuk papier waarop zijn naam, ambt, leeftijd en wapenspreuk staat.

Anoniem, portret van Jan van der Haer, paneel. Annotatie J.U.D. Adv., aetatis 28, Anno 1562, particuliere collectie.

Bron

www.iranicaonline.org/articles/shield-eastern-iran