Hendrik van Deventer (BD)

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Hendrik van Deventer
Bijdrage van Bernard Dijkman

Hendrik van Deventer door Thomas van der Wilt, 1700


Hendrik van Deventer en de volgelingen van Jean de Labadie

Van de jeugdtijd van Hendrik van Deventer weten we nauwelijks iets. Ja, dat hij op 16 maart 1651 te Leiden werd geboren. En dat hij ooit goudsmidleerling werd. En dat hij de zoon was van een leerhandelaar, die in 1653 van Leiden naar Den Haag verhuisde. Verder is bekend dat Hendrik op de leeftijd van 17 jaar zijn ouders verlaat om zich aan te sluiten bij de volgelingen van ene Jean de Labadie oftewel de Labadisten. Om iets meer te begrijpen van het verdere verloop van zijn leven, volgt hier in het kort iets over deze Jean de Labadie en de door hem gestichte kerkelijke sekte.

Jean de Labadie, geboren op 13 februari 1610 te Bourg (bij Bordeaux), kreeg een opvoeding bij de jezuïeten, werd op 40-jarige leeftijd gereformeerd en kwam via een predikantenplaats in Montauban, Orange en Genève uiteindelijk in 1666 in Middelburg terecht. Omdat hij buitenkerkelijke godsdienstige bijeenkomsten hield en omdat hij weigerde aan iedereen het avondmaal te bedienen kwam hij met het kerkelijk leergezag in botsing. Drie jaar na zijn beroeping in Middelburg wordt hij afgezet. Jean de Labadie trekt met een aantal volgelingen naar het Zeeuwse Veere en als hij het ook daar niet uithoudt, naar Amsterdam. Ook in het toch als tolerant bekend staande Amsterdam moet hij de wijk nemen, omdat zijn bijeenkomsten volksoplopen tot gevolg hebben. De sekte trekt via Herford bij Brandenburg naar een voorstadje van Hamburg, Altona. Hier overlijdt op zijn 64ste verjaardag in 1674 Jean de Labadie.

Zijn volgelingen, de Labadisten, worden niet echt met rust gelaten en moeten -door oorlogshandelingen gedwongen- alweer gaan verkassen. In 1675 vertrekken ze en vestigen zich het heel wat rustiger friese Wieuwerd op de Thetinga- of Waltastate. In Wieuwerd groeit de groep –we zouden nu zeggen: de commune- aan tot niet minder dan 500 personen. Mensen met een flinke portie idealisme. Zij hebben alles –letterlijk- gemeenschappelijk. Alle inkomsten gaan in een grote pot. Goud en sieraden zijn taboe. Intussen houden zij ‘waardige’ vieringen van het avondmaal, terwijl alleen de wedergeborenen gedoopt mogen worden. In die tijd van een betrekkelijke welstand komt ook ‘onze’ Hendrik van Deventer (in 1678) de groep versterken. Hoogstwaarschijnlijk aangespoord door de ‘huisarts’ van de sekte, de geneesheer Walter, komt ook de voormalige goudsmidleerling Hendrik bij de sekteleden terecht. De van de gemeenschap afgesloten levende sekte der Labadisten zijn immers -zoveel als mogelijk- selfsupporting.

Hendrik van Deventer, Labadist en chirurgijn

Het vak van ‘chirurgijn’, zoals een geneesheer toen meestal werd genoemd, leert Hendrik voor het grootste deel in de praktijk en door zelfstudie. Nauwelijks in Wieuwerd gearriveerd begint hij al in 1679 met zijn praktijk onder de Labadisten. De ‘chirurgijnse ster’ van Hendrik gaat zienderogen rijzen. Vooral als orthopedist krijgt hij naam.

Hij is een expert op het gebied van de zogeheten Engelse ziekte oftewel rachitis, een ziekte waarbij te weinig kalkzouten in de beenderen worden omgezet, dat weer vaak vergroeiingen van de beenderen tot gevolg kunnen hebben. Zelfs koning Christian V van Denemarken en Noorwegen(1670-1699) wil deze specialist graag om zich heen ter behandeling van hemzelf en zijn kinderen en dat niet zonder succes. Intussen zit Hendrik van Deventer niet stil. De selfmade geneesheer groeit tot ongekende hoogte en slaagt erin als autodidact de doctorstitel te behalen in Groningen. Met die titel voor zijn naam kan hij zich overal in Nederland vestigen. Langer in Wieuwerd blijven ziet hij trouwens niet meer zozeer zitten. Zijn honorarium als medisch specialist is bepaald niet onaanzienlijk en ook zijn kinderen bedenken dat nu alles in de ‘pot’ van de Labadisten verdwijnt en wat valt er zodoende later voor hen nog te erven?

Hendrik, de autodidactische specialist die geen Latijn kent…

Inmiddels is Hendrik zich ook gaan specialiseren in de verloskunde. Hij wil zich gaan vestigen in Den Haag. Waarom Den Haag? Omdat vader Van Deventer daar zijn leerhandel heeft? Of omdat hij al in gedachten heeft dat hij dat leer kan gaan gebruiken voor de vervaardiging van orthopedische hulpmiddelen? Het deftige Haagse Collegium Medicum ziet het echter niet zo zitten dat een zo bekend geneesheer als concurrent zich in hun regio wil gaan vestigen. Zij bedenken een prachtige smoes om het de man in ieder geval moeilijk te maken. Hendrik van Deventer is in onvoldoende mate het Latijn machtig… en kan daarom niet een praktijk in Den Haag openen. Hendrik laat zich door deze ‘wijze’ chirurgijnen niet van zijn stuk brengen en vestigt zich vlakbij Den Haag, in Voorburg. Het Collegium ziet een paar jaar later toch wel in dat zij niet zomaar om de befaamde en gemoedelijke doctor Hendrik van Deventer heen kunnen. In 1695 erkent de magistraat van ’s-Gravenhage in arren moede de befaamde geneesheer. Hij opent in 1702 te Voorburg in de Herenstraat, in een niet onaanzienlijk pand, ‘De Poort’ geheten, vlak tegenover de Oude Kerk, zijn praktijk.

Hendrik van Deventer op ‘Sionslust’

Drie jaar later koopt hij een nog rianter pand, het nog steeds bestaande buiten ‘Sionslust’, nu gelegen op de hoek van de Sionsstraat en de Raadhuisstraat. Het is zeer de vraag of het pand in Van Deventer’s tijd al ‘Sionslust’ werd genoemd. Immers die naam herinnert in alles naar de verwachting van de Labadisten: de komst van Gods Koninkrijk in Sion. ‘Sionslust’ wordt dan omschreven als bestaande uit een herenhuis, met tuinmanshuis en stallen en een speel- of zomerhuis aan de Vliet. In de 20e eeuw zal de laatste particuliere bewoner de Zuid-Afrikaanse gezant zijn, Dr. H.D. van Broekhuizen. Het pand heeft bovendien een gigantisch grote tuin dat tot aan de Vliet loopt. In 1711 koopt hij er nog een aangrenzend buitenverblijf bij met dito speelhuis aan de Vliet. De dokterspraktijk loopt als een trein. Hendrik koopt nog een aantal aangrenzende huizen en stallen. In een van die stallen zou hij de kuiperij onderbrengen. Daar wordt het leer geprepareerd voor zijn orthopedische hulpmiddelen.

Hendrik is inmiddels vader van niet minder dan tien kinderen. Erfopvolging in mannelijke lijn zal toch niet gebeuren. Slechts één dochter, Anna, trouwt ook met een arts, Hendrik Berlinkhoff, en zorgt voor voortplanting in de vrouwelijke lijn. Als Hendrik van Deventer op 12 december 1724 sterft is er nog slechts één van zijn kinderen in leven: Maria Elisabeth, die in 1715 in het huwelijk treedt met de latere Voorburgse schepen Jacob Vermaat. Na het jaar 1719, als zijn vrouw en zijn kinderen hem een voor een ontvallen, is Hendrik over het hoogtepunt van zijn faam heen en vallen er niet veel wapenfeiten meer te melden.

Manet post funera verum

“Ik verga, maar de waarheid blijft” dat was zijn lijfspeuk en dat was voorwaar geen holle frase. Bij het overlijden van Hendrik van Deventer, drieenzeventig jaar oud, gaat een van de grootste geneesheren van die onstuimige tijd heen.

Hij was niet alleen de bestrijder van de Engelse ziekte, maar was vooral een pionier op het terrein van de verloskunde. Zijn geschrift “Manuale Operatiën, zijnde een nieuw Ligt voor Vroedmeesters en Vroedvrouwen” doet veel stof opwaaien. Hij legt er de nadruk op dat hygiëne tijdens bevallingen bepaald geen overbodige luxe is. Deskundigen beweren dat hij dit geschrift en nog veel meer ook op eigen persen liet drukken in een van de bijgebouwen van het grote buiten ‘Sionslust’. Naast medicus blijft Van Deventer tot zijn dood toe een vroom en gelovig christen. Uit vooral zijn godsdienstige geschriften blijkt wat voor een man Hendrik van Deventer geweest moet zijn: een gemoedelijk man, zonder rancune tegen mensen van wie hij ooit smaad en tegenstand heeft ontvangen en iemand die altijd bereid was te helpen. Of het nu de koning van Denemarken betrof of de dorpeling uit de Heerlijkheid Voorburg…

Erkenning

Zoals vaak bij beroemde personen: de erkenning komt pas veel later, soms wel eeuwen later. In 1912 is er in de Oude Kerk aan de Herenstraat een notabel gezelschap aanwezig, waarvan wellicht de bekendste Dr.Blooker is. Hij is voorzitter van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst. De ‘Maatschappij’ heeft de blauwe grafzerk van de 18e eeuwse “Rembrandt” onder de geneesheren, doctor Hendrik van Deventer, gerestaureerd en een plek toebedeeld in het koor van de Oude Kerk. Op de harde blauwe steen begint de ingebeitelde tekst met de woorden: “PIÆ MEMORIÆ”: vrij vertaald: “in vrome, dankbare nagedachtenis…”

Bron

  • Bernard Dijkman (medewerker oud-archief gemeente Voorburg): Hendrik van Deventer, van goudsmidleerling tot gynaecoloog, 2001