Hoeckvliet

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
Collectie Duijvestein, 'T DORP VOORBURG, Ets van A.C. Brouwer naar een tekening van J. van Diepenhuijsen (Dordrecht, 8-11-1766/Amsterdam, 15-4-1816)

Uit: De Nederlandsche Stad- en Dorp-beschrijver, L van Ollefen (1740-1816) en Rs. Bakker, II Deel, 1793, ovaal, 7,8 x 9,8 cm


Eau de Voorburg

De Kerkbrug biedt een mooi uitzicht op Middendorp. Hier bevond zich vroeger de Oranjezaal, een beroemde uitspanning met kaatsbaan en twee stenen koepels. Waarschijnlijk is het fraaie theehuisje dat hier nu nog aan de Vliet staat, daarvan een overblijfsel. Het is een van de weinige 'speelhuisjes', dat overbleef van de vele tientallen 'koepeltjes' die zo kenmerkend waren voor de Vlietkant. Op de gravure van Anna Catharina Brouwer die Lieve van Ollefen publiceerde als illustratie bij zijn beschrijving van Voorburg, is nog een aantal van deze koepels te zien. Nu zijn ze vrijwel allemaal verdwenen. Soms kwam dat door de afkalvende werking van de Vlietgolven, waardoor een koepel in het water wegzakte. Dat overkwam bijvoorbeeld de koepel van Sionslust, het nog bestaande buitenhuis iets verderop, waar de beroemde dokter Van Deventer zijn heilzaam water voorschreef. Rechts over de Kerkbrug zie ik het witte bijgebouwtje van het voormalige buiten Hoeckvliet. Dit is een gedenkwaardige plek omdat hier in de 19e eeuw het beroemde 'Eau de Voorburg' werd gemaakt, een bloemrijk parfum, befaamd tot ver in het buitenland. Trots beeldde fabrikant 'Keyzer en Cie' op het etiket van dit 'Voorburgsch Geestrijk Water' de bijbehorende buitenplaats Hoeckvliet af. Ook mochten de producten worden opgesierd met het predikaat 'koninklijk' omdat zelfs koningin Wilhelmina zich ermee besprenkelde. Zij wist vast niet dat op enkele meters van het fabriekje merkwaardig genoeg een sloot liep, die een zodanig andere geur verspreidde, dat deze 'de stinksloot' werd genoemd.

Collectie Duijvestein, Voorburg, GEZIGT OP HET DORP/VUE DU VILLAGE, Lithografie van Van Lier.

Uit: Nederland in miniatuur. Naar de natuur getekend. Voornaamste gezigten, hoofdgebouwen, kerken in en om steden, ‘sGravenhage, Gebr. Van Lier,steendrukkers, 1839, 11x15 cm

Wandelend door de Kerkstraat, voelt het alsof men zich ineens bevind in de gravure die H. Backhuijsen in 1760 uitgaf. Weliswaar was de Kerkbrug in die tijd nog een vaste brug en liep er een haven door het begin van de straat. Die 'havensloot' werd in 1914 gedempt en de brug werd een ophaalbrug. Maar de vele sierlijke hals- en trapgeveltjes houden nu nog steeds de sfeer van weleer geduldig overeind. Toch was het hier vroeger vast niet zo rustig als tegenwoordig. Uiteraard zorgden al die schepen voor veel drukte en vertier. Bovendien bevond zich in een hoog pand aan de westkant van deze haven een olie-rosmolen. Met veel geknars en herrie werden de molenstenen in beweging gehouden door een paard, dat dag in dag uit dezelfde rondjes moest lopen. Een document van 1617 maakte reeds melding van deze bedrijvigheid. De acte gaf aan dat Melchior van den Kerckhoven een lening had afgesloten op 'twee nieuw getimmerde olijmolens, staande annex malcanderen in de Kercklaen'. Melchior zelf woonde, volgens deze acte, in 'de oude Fransosische school' naast zijn molens. Aan de noordkant van de molens woonde Pieter Quirings, de 'beschuitbakker'. Nog steeds is te zien hoe aan het einde van de vroegere haven de Kerkstraat zich aanmerkelijk versmalde. Ook in het smalle gedeelte vormen de huisjes het decor uit een oude voorstelling. Honderden jaren lang zagen ze inwoners en reizigers voorbij gaan, rustig of gehaast, door weer en wind en bij nacht en ontij. Vaak waren die passanten op weg naar de herberg Swaensteyn of naar de Oude kerk aan het einde van de Kerkstraat. Beide gebouwen stonden hier broederlijk tegenover elkaar, als symbolen van de uitersten in het leven. Aan de ene kant een logement met gelagkamer vol werelds vertier. Het uithangbord toonde een zwaan, het symbool van hartstocht, wild maar vluchtig. Daartegenover stond het godshuis, dat Sint-Martinus in zijn schild voerde. Deze patroonheilige zorgde voor een andere gastvrijheid: hij deelde zijn mantel met een verkleumde ontheemde en wees op de goddelijke vergeving na zonde en berouw.



Bron

  • Historische wandelingen in Voorburg en omgeving : Vorstelijke dieren en andere prentkunst / Kees van der Leer ; met medewerking van Gerard Duijvestein. - Zwollen : Waanders, 2001