Koning Ezelsoor

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Koning Ezelsoor

Diverse oude kroniekschrijvers maakten er melding van, zoals de 14e-eeuwse Johannes de Beka, de 15e-eeuwse Guilhelmus Heda en de 16e-eeuwse Cornelius Aurelius. De Divisiekroniek van laatstgenoemde beleefde zijn eerste druk in 1517, werd daarna herdrukt en vervolgens vaak overgeschreven door latere schrijvers. In zijn Divisiekroniek schreef Aurelius dat er eens een Friese koning was, Aurindulius of Etzelinus genaamd die 'dat landt van Hollant lief hadde ende vercoren boven andere landen om daer te wonen'. Zijn oog viel op Voorburg. Daar deed hij, aldus de kroniek, 'bouwen een alten hogen ende groten kasteel bi Voerburch, dat sijns gelijcs in dien tiden niet en was van hoecheyt, groticheit ende starcheit'. Kortom, die burcht overtrof in hoogte, grootte en sterkte al het andere.

Collectie Duijvestein Etzelinus, Ets van Pieter Feddes (van Harlingen), Uit: FRISIA door Martini Hamconius, 1620, pagina 34, 13 x 9 cm
De bijnaam van deze koning was Ezelsoor, omdat, naar men zei, deze koning 'lange oren had gelijk een ezel'. Bedoelde koning was getrouwd met een reuzin, bij wie hij vele kinderen verwekte. Een van zijn zonen heette Falck. Die bouwde ook een sterk kasteel, bij Leiden: Valkenburg. Veel is er geschreven over de vraag waar die naam Ezelsoor vandaan kwam. Aurelius zelf schrijft dat deze naam 'versierde logentael' is. In werkelijkheid heeft de koning naar zijn stellige overtuiging geen lange oren gehad. De bijnaam ontstond omdat in de oorspronkelijke naam Aurindulius het Latijnse woord 'Auris' voorkomt, hetgeen 'oor' betekent. Andere schrijvers veronderstellen dat 'in de volksmond' de naam Ezelsoor werd bedacht door de vele munten die werden gevonden bij de ruïnes van 'het kasteel'. Op die munten stond vaak een Romeinse keizer afgebeeld met een lauwerkrans. Onwetende vinders met enige fantasie zagen daarin al snel een koning met ezelsoren. Soms kregen ook geestelijken de schuld, bijvoorbeeld van Simon van Leeuwen. Die schreef in zijn Batavia Illustrata uit 1685 dat 'ongeleerde papen (priesters)' uit de half leesbare namen van de Romeinse penningen, zoals Aelius Hadrianus, 'de naam Eseloor gesmeed hebben'.

Overigens is het de laatste jaren steeds duidelijker geworden dat Aurindulius alias Ezelsoor veel meer was dan een fantasiekoning in een oude sage. Archeologen hebben munten gevonden uit omstreeks 600, waarop zijn naam in verkorte vorm wordt vermeld, met de toevoeging Frisia. Hij heeft dus ook in werkelijkheid bestaan. Dat deze Hollands-Friese koning op de Romeinse ruïnes aan de Vliet een grote burcht liet bouwen, is niet onwaarschijnlijk. Volgens eerder genoemde kroniekschrijvers werd dit Voorburgse kasteel omstreeks 860 door plunderende Noormannen verwoest. Gedurende vele eeuwen daarna vormden de Voorburgse ruïnes een bezienswaardigheid die velen met verbazing en ontzag hebben aanschouwd. Wandelaars konden van dichtbij de stenen overblijfselen bewonderen via een smal voetpad. Dit 'Burchpad' liep vanaf de Oude Tolbrug, dwars over de Hogeburch naar de Geestbrug. Dit veelbetreden pad was blijkbaar zo belangrijk geworden dat Floris Balthasar het intekende op zijn kaart van het Hoogheemraadschap Delfland uit 1611Latere eigenaren waren niet zo gelukkig met de wijze waarop dit, voor iedereen toegankelijke pad, dwars over hun grondbezit voerde. Begin 19e eeuw ontstond zelfs een juridisch conflict, toen de eigenaar van de buitenplaats Hoekenburg een gedeelte van het pad resoluut had verlegd, waardoor het zijn grondperceel niet meer doorsneed..

Collectie Duijvestein, Kaart van het Hoogheemraadschap Rijnland (herdruk van orig.plaat 1929), Ets/Gravure van Floris Balthasars, 1611, deelkaart, 20 x 41 cm

Bron

Historische wandelingen in Voorburg en omgeving : Vorstelijke dieren en andere prentkunst / Kees van der Leer ; met medewerking van Gerard Duijvestein. - Zwollen : Waanders, 2001