Leeuwensteijn

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Leeuwensteijn

Wapen "Van Alckemade"

Het eens zeer uitgestrekte landgoed Leeuwensteijn was vroeger langdurig in het bezit van de geslacht van Alckemade, dat leenroerig was aan het huis van Wassenaar. Al in het begin van de 15e eeuw wordt van deze hofstede melding gemaakt. Kerstant van Alckemade, de stichter van de kapel te Veur, was in 1459 eigenaar. In de nabijheid lag een brug over de Vliet, die dan ook vermeld werd als de Alckemadebrug.

Twee eeuwen lang bleef de buitenplaats in de familie van Alckemade. Op 21 juni 1665 werd de tot het landgoed behorende woning door jonkheer Christiaen van Alckemade verkocht aan de Rotterdamse koopman Henrick de Haes voor de som van ƒ 19.400.-

Aan het einde van de 18e eeuw is het landgoed in verval geraakt. Meerdere stukken land, die tot het landgoed behoorden, waren in de loop der tijd verkocht. Van de oorspronkelijke 21 ha waren er slechts 5 over. De eigenaar de heer Prince, die het goed in 1792 had gekocht voor ƒ 17.800.-, liet het aanzienlijk verbeteren. In 1801 werd het verkocht voor ƒ 20.000.- aan Mr Johan van Kuffeler. Hierna kocht Prinses Marianne het landgoed en was vervolgens haar zoon Albert van Pruisen de eigenaar.



Eigenaren/bewoners

  • 1351: Jan van der Does, schout van Voorburg, gehuwd met juffer Christina van Voorburgh.
  • 1413: kleinzoon Simon van der Does ontvangt Leeuwensteyn als huwelijksgeschenk van zijn vader Philips.
  • 1435: “Item een hont lants ende street utter Vliet toter heerstraet ende heeft beleghen an die oestzijde Dirck van Voirburch mit erf ende an die westzijde Mathys Govertsz mit eyghen erve (aant. vercoft Kerstant van Alckemade)”.
    • Verkocht door Batholomeus van der Does, achter-achterkleinzoon van Jan.
  • 1459: “Ic Kerstant van Alckemade doe condt allen luyden dat ick gheloist hebbe voir my ende voir mynen nacomelingen die kerk tot Voirburch, te samen jairlix te gheven vijf gouden Wilhelm hollantsche scilde of paymente holl. wairden tot ewighe daghen van sekere landen die zijluyden te samen leggende hadden, westwaerts van mijnre woninge tot Voirburch die ic te leen houde van myn heer van Wassenaar, tusschen minen walle ende Brandetgens woninge, dair die stuve van den lande of is, thien of elf hont lants enz”.
  • 1512: “Kerstant van Alckemade als belending van Mr Gillis woning (westzijde) en van Jacob Dirxz. Op sekere landen over de Vliet in Teghelingerbroock heeft de pastorie thien stuvers tsjaers, ghecomen van Alyt Jan de Roen, toebehorende Kerstant van Alckemade ende Claes Dirxz an ’t stehuys te Delft ende heeft beleghen an de oistzijde Arent van Duvoirde ende an de westzijde Cornelis Cruesinck mit d’oestmoelen”.
  • 1569: “Adriaen Koenen bruyct seven mergen met huys ende boomt, gelegen in Voorburch met noch 24 margen landts, gelegen in Teylingerbrouck van Dirck van Alckemade in den Haech”.
    • Dirck, de enige zoon van Kerstant, was van 1562 tot 1573 burgemeester in Den Haag. De “Van Alkemadelaan” in Den Haag is naar hem vernoemd.
  • 1597: “Jaisper Jacobss bruyct een huys met een schuir ende twe bergen toecomende Cornelis van Alcemade, hem generende met lantneringe, getaxeert op 900 carolus gulden”.
    • Cornelis is de zoon van Dirck.
    • Jasper Jacobsz van Haastrecht, weesmeester van Voorburg en in 1597 ambachtsbewaarder van de zuidzijde van Tedingerbroek.
  • 1617: “Joncheer Diederick van Alckemade aen zijne woninge genaemt “Leeuwesteyn”, streckende van de heerwech tot in de Vliet toe”.
  • 1621: “Christiaen van Alckemade aen zijne hofstede, met het bouhuys daaraen annex, ’t welck Jan Phillipss gebruyct geestimeert op vier duysent vijfthondert ponden”.
    • Christiaen, de zoon van Diederick, kocht in de Oude Kerk te Voorburg een graf op het “Hooghe Choor”, waar verschillende leden van het geslacht van Alckemade sindsdien zijn begraven.
  • 1628: Joncheer Dirck van Alckemade gebruyckt eygen syn huys, erf ende boomgaert.
  • 1669: Sophia van der Vecht, vrouwe van Leeuwesteyn, wonende tot Utrecht.
    • Sophia is de echtgenote van de inmiddels overleden Dirck.
  • 1673: haar zoon jonkheer Christiaen van Alckemade, heer van Waalwijk.
  • 1689: zijn zoon jonkheer Jan van Alckemade.
  • 1734: Jonkheer Christiaen van Alkemade van Leeuwesteyn. Omschrijving: een buitenhuis met koetshuis, stalling en nog een huisje, teelland 7 morgen.
  • 03-04-1783: Carel George Grave van Wassenaer, Baenderheer van Obdam, Zuidwijk, Spierdijk enz aan Johanna Maria Moeskop, vrouwe van Creuningen en van Reyerskop, huisvrouw van Zeegert van Steensel.
    • Zeegert van Steensel was de uit Delft afkomstige kastelein van de herberg “De Swaen” in de Herenstraat . Paulus van Alckemade, de laatste van zijn geslacht, had kennelijk een dusdanige genegenheid voor Johanna Moeskop opgevat, dat hij haar bij testament benoemde tot zijn universele erfgename.
    • Zeegert en Johanna Maria Moeskop waren de ouders van de bekende patriot Johannes van Steensel.
  • 23-05-1792: Zeger van Steensel aan Jean Daniël Prince, Oud-Kapitein: 2 morgen allodiaal land, benevens de aan den huize van Wassenaar leenroerige hofstede Leeuwesteijn en 6 morgen leenland.
  • 22-12-1801: Anna Catharina Wriedt, weduwe van Jean Daniël Prince, wonende te Chrisleton in het graafschap Chester aan Mr Johan van Kuffeler.
  • 1811: Overgeboekt op naam van Johanna Caen, als weduwe en erfgenaam van den heer Mr Joan van Kuffeler.
  • 1816: verkocht door Johanna Caen aan Pieter Mouton, meester-timmerman, die het op 22-02-1816 doorverkocht aan Christiaen Paul van Beresteyn.
  • 1828: Freules Christine Reiniere en Maria Wilhelmina van Reede. Maria Wilhelmina was hofdame van prinses Wilhelmina van Pruisen, de moeder van koning Willem I. Zij noemden de buitenplaats “Wilhelminaburg”.
  • 1836: Elisabeth Constania Huysinga
  • 1841: Louise Pauline Julie de Vignon d’Avrincourt
  • de Leidsche predikant Abraham Verwey
  • jonkheer Mr Pieter Jacob ridder van der Does de Bye
  • 1852-1858: Maria Elisabeth Rose
  • Wilhelm van Prehn, lid van een Deens adelijk geslacht
  • 1861: gekocht door de meester-huisschilder Abraham Wijnand Renaud in opdracht van Prinses Marianne
  • 1883: haar zoon Albert van Pruisen.
  • 1906: Zijn zoons Frédéric Guillaume, Joachim Albert en Frédéric Henri.
  • 1907: verkocht aan Pieter George Wieseman.
  • 1910: Verkocht door zijn weduwe aan Christina Cornelia Hulst.
  • Nagelaten aan haar zoons Willem Antonius en Cornelis Franciscus.
  • 1935: door hen verkocht aan een eigenarengroep (J Koelemay, H J Mansvelt, N L Gompertsz en L Bloemist), die het huis afbraken en er het huidige villapark “Park Leeuwensteyn” van maakten.

Bronnen

  • A W de Vink, Voorburgsche Buitenplaatsen, Die Haghe jaarboek 1903
  • Gabriël Gorris e.a., Dorp aan de Vliet, boekhandel Wattez, Voorburg 1977
  • C H Voorhoeve, Het verhaal achter de straatnaam, uitgeverij DIC, Voorburg1989
  • J G J van Booma, Dit is 't Memoriboec van Voirburch, uitgeverij Verloren 1991