Lekker varen in een bootje

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
Dia01.png
Dia02.png
Dia03.png
Dia04.png
Dia05.png

Zo! Dát ziet er gezellig uit! Lekker varen in een bootje. Zullen wij dat ook gaan doen? Maar dan maken we er iets bijzonders van, dan gaan we “Varen, net als toen”. Wat zou er bedoeld worden met deze titel?


Lang geleden, in de tijd van regenten en vorsten, waren er nog niet zoveel wegen als nu. En veel van die wegen waren gewoon van zand. Geen probleem, want auto’s of treinen waren nog niet uitgevonden. De mensen reisden met de postkoets en soms mocht er iemand meeliften met een goederenschuit. De passagiers vonden het varen met zo’n boot eigenlijk veel prettiger dan die hobbelige postkoets. Ze wilden een schuit speciaal voor het vervoer van mensen.


De steden, bijvoorbeeld Haarlem, ’s-Gravenhage, Delft of Leiden, vonden het belangrijk dat er meer mensen hun stad kwamen bezoeken. Dus wilden de stadsbestuurders dat er iedere dag gevaren kon worden tussen deze steden. Daar hadden zij best wel wat geld voor over. En dat geld, dat was nodig, want er moest veel werk verzet gaan worden: er waren vaarten nodig.

Dia06.png

Op veel plaatsen in Nederland werden toen diepe gangen gegraven waar water in kon stromen. Bij dat graven van zo’n nieuwe waterweg waren veel mensen betrokken. Kun jij bedenken welke mensen, met welke beroepen? Als er al een riviertje in de buurt lag, was dat mooi meegenomen, dat scheelde weer een stukje graven. Als de vaart klaar was, werd de schuit erin gelegd. Klaar voor vertrek!

Dia07.png

Boten kenden de mensen al heel lang, maar eigenlijk moet je hier meer denken aan een schuit. Met zo’n schuit zeilen over een smalle vaart, dat gaat niet, en bovendien ben je dan afhankelijk van de wind. Toen werd bedacht om een paard de boot te laten trekken, je begrijpt nu waar de namen trekschuit en trekvaart vandaan komen.

Dia08.png
Dia09.png

Het paard liep op een pad langs de oever. De schuit zat met een lange lijn vast aan het paard. Dit trekken van het paard heet: jagen. En het pad werd daarom het jaagpad genoemd. Hier en daar kun je die oude jaagpaden nog vinden. Als het paard een dagje ziek zou zijn, hoeveel mensen zou je dan nodig hebben om die paardenkracht te vervangen, denk je?

Dia10.png

Er konden wel 30 mensen tegelijk mee met de trekschuit. De schippers maakten hun boten steeds mooier. Eerst hadden de passagiers alleen maar een soort tent waar ze onder konden schuilen als het regende, maar later maakten de schippers een echt huisje. Een roef, zo werd het huisje op de boot genoemd. Er was zelfs een 1e en een 2e klas.

Dia11.png
Dia12.png

In de roef zaten allemaal raampjes. Tijdens zo’n vaartocht kon je dus lekker naar buiten kijken. Wat zouden de reizigers hebben gezien, denk je? Maar ook binnen was er veel te doen: gezellig kletsen, pijpje roken, breien… Veel mensen schreven brieven of gedichten over hun reis met de trekschuit, zo weten we nu hoe ze er toen over dachten.

Dia13.png

De passagiers vonden het vooral fijn dat de trekschuit precies op tijd vertrok en aankwam. Bij de opstapplaats kocht je een kaartje en dan kon je instappen. De trekschuit voer de hele dag, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. De schippers hadden heel wat te regelen. Ze moesten boten hebben, paarden, paardenstallen, een wachtlokaal voor de passagiers en geld om de tol te kunnen betalen.

Dia14.png

Onderweg kwam het paard hier en daar obstakels tegen, bijvoorbeeld een brug of een hek. Dat was even puzzelen met het touw! Maar daar was de knecht voor: die knoopte snel het touw los en voorbij het obstakel weer vast. Zo kon het paard rustig doorlopen en liep de vaartocht geen vertraging op. Bij een bocht in de vaart was het wéér even opletten. De schuit mocht niet tegen de kant op botsen. Daarom was de rolpaal wel een handige uitvinding. Daar rolde het touw langs, niets aan de hand…!

Dia15.png
Dia16.png

De trekschuit was twee eeuwen lang hét vervoermiddel waar de passagiers erg tevreden over waren. En de schippers verdienden geld, want er gingen enorm veel mensen mee. Pas in de 19e eeuw was het afgelopen… toen werd de trein uitgevonden. En die ging heel wat sneller! Reizigers kozen toen voor die moderne manier van reizen. De trekschuit vonden ze maar ouderwets….

Dia17.png
Dia18.png

De mooiste tijd van de trekschuit was de 17e eeuw. Die eeuw werd later de Gouden Eeuw genoemd, omdat er veel geld verdiend werd in ons land, vooral door de handel. De kooplieden, beter gezegd: verkooplieden, werden rijk van hun handel en veel van deze mensen hadden twee huizen: een huis in de stad en een huis buiten de stad, een “buitenhuis” dus.

Dia19.png
Dia20.png

Sommige kooplui waren bijna ontdekkingsreizigers, ze reisden over de hele wereld en brachten bijzondere zaken mee uit verre landen, zoals tulpen, papegaaien of olifanten! Dit wilden ze maar al te graag showen aan hun visite. En zelf wilden ze eigenlijk ook wel gezien worden, dus gingen ze dicht langs het water uitgebreid thee drinken in hun theehuis.

Dia21.png
Dia22.png

De dienstmeisjes, de kok en de tuinmannen gingen aan het begin van de zomer met alle spullen naar het buitenhuis. Zij reisden dan met de trekschuit. Als alles klaar was, kwam de familie naar het huis, die reisde met hun eigen koets. De familie bleef de hele zomer in het buitenhuis. En omdat het huis aan de trekvaart lag, kon de visite er gemakkelijk komen met de trekschuit.

Dia23.png
Dia24.png

Bij zo’n groot huis hoorde ook een heel grote, mooie tuin. De frisse buitenlucht en het schone water in de vijver vonden de mensen superfijn, dat was wel even beter dan in de stad. In de Gouden Eeuw was er, gek genoeg, nog geen riolering. Alle viezigheid belandde gewoon in het water. Lekker stinken daar… Dan is het buiten de stad wel beter!

Dia25.png

De vaarwegen werden ook voor het vervoer van goederen gebruikt, die gingen mee op vrachtschepen of pakketschuiten. Langzaamaan kwamen er steeds meer vaarwegen. En al die vaarwegen werden op elkaar aangesloten. Zo ging er een netwerk ontstaan. Daardoor kon je bijvoorbeeld reizen van Zuid-Holland naar Groningen, via verschillende vaarten. Hoe minder de reizigers moesten overstappen, hoe fijner ze dat vonden. De dienstregeling moest dus aansluiten.

Dia26.png

Hier zie je de Haarlemmertrekvaart, de Vliet en de Schie.

Dia27.png

Veel mensen, die in deze tijd leven, vinden geschiedenis belangrijk. Ze vinden het leuk om te weten hoe je vroeger kon reizen. De trekschuit is eigenlijk het begin van het openbaar vervoer. Die sporen uit het verleden noemen we: erfgoed. De trekvaarten en de trekschuiten zijn dus erfgoed. Hier is nu veel aandacht voor. Oude bruggen worden weer mooi opgeknapt en monumenten, zoals het Tolhuis, worden gerestaureerd.

Dia28.png

Vaar gerust eens mee op deze “ouderwetse” manier! En misschien heb je geluk: en wordt de trekschuit getrokken door een paard! Dat is “Varen, net als toen!”