Marianne der Nederlanden

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
Prinses Marianne der Nederlanden door J Ph Koelman, 1846
Collectie Duijvestein, Wilhelmina Frederika Louiza Marianna Princes van Oranje Nassau etc., Stippelgravure van W. van Senus, circa 1815, 29 x 25 cm

Marianne der Nederlanden, geboren als Wilhelmina Frederica Louisa Charlotte Marianne van Oranje-Nassau op 9 mei 1810 in Berlijn, was het jongste kind van de latere koning Willem I der Nederlanden en Wilhelmina van Pruisen. Na de franse bezetting kwam zij, 3 jaar oud, met haar moeder per boot naar Scheveningen, 3 maanden nadat haar vader daar landde. Met het uitroepen van haar vader tot koning Willem I, ging het koninklijk gezin wonen in het Oude Hof, het tegenwoordige paleis aan het Noordeinde te 's-Gravenhage.

Marianne trouwde, toen ze 20 jaar was, met haar neef, prins Albert van Pruisen, de broer van de koning van Pruisen. Het echtpaar woonde in Berlijn en zij kregen drie kinderen. Charlotte, geboren in 1831, stierf jong (24 jaar) bij de geboorte van haar eerste kind. Albert, geboren in 1837, is 69 jaar oud geworden. Alexandrina, geboren in 1842, is gestorven in 1906.

Omdat Marianne's echt­genoot Albert, die bekend stond als een bon vivant, haar meermalen ontrouw was, besprak zij in 1844 met haar broers, koning Willem II en prins Frederik, dat ze niet langer meer met haar man kon samenleven. Ondanks verzet van haar broers en de Pruisische koninklijke familie, vertrekt ze in 1845 naar Italië, met achterlating van haar kinderen in Berlijn.


Johanneskirche Erbach
Graf prinses Marianne

In 1848 besluit ze zich te Voorburg op het buiten Rusthof te vestigen. In 1849 krijgt zij een zoon, Johannes Willem, van haar vertrouwensman en voormalige koetsier Johannes van Rossum. Mede om Johannes een 'normale' omgeving te geven schaft zij in 1855 schloß Reinharthausen aan in Erbach aan de Rijn, nabij Wiesbaden, Duitsland. Bij de viering van kerstfeest 1861 aldaar overlijdt Johannes onverwacht op 12 jarige leeftijd.

Johannes had zijn moeder wel eens toevertrouwd, dat hij zich ergerde aan het vervallen protestantse kerkgebouw in Erbach. Op de avond van zijn sterven schonk zijn moeder dan ook tienduizenden guldens aan de herbouw van het kerkgebouw in nagedachtenis aan Johannes Willem, de Johanneskirche, waar Johannes is bijgezet en die nog steeds in Erbach staat.

Marianne zelf sterft ook op Reinhartshausen op 29 mei 1883. Ze werd 73 jaar. Met Johannes van Rossum ligt zij daar in één graf op het (katholieke) kerkhof van Erbach. Zij had Johannes van Rossum toen deze in 1873 stierf, willen bijzetten in de Johanneskirche, maar dat stuitte op verzet van de kerkeraad. Vandaar dat hij en later zijzelf begraven werden op dat kerkhof.








Marianne en Voorburg

Rusthof door P J Lutgers, 1855

Zij heeft veel betekend voor Voorburg. In 1848 liet zij zich er uitdrukkelijk als inwoonster inschrijven op de buitenplaats Rusthof. Dit buiten is verdwenen, maar lag tussen het Oosteinde en de Vliet. De bij het buiten behorende Orangerie bestaat nog en staat op de hoek van het Oosteinde en de Prins Albertlaan. Later kocht zij ook de vroegere riddermatige hofstede Leeuwensteijn (1861) en de naast Rusthof gelegen buitenplaats Noordervliet (1879) als onderkomen voor haar gasten, evenals het huis Klein Rusthof (1877) voor haar zoon Albert, die het echter te klein vond en het nooit heeft gebruikt.

Marianne stond bekend als zeer gelovig en uiterst vrijgevig. Getuigen hiervan zijn onder meer het door haar geschonken zogenoemde Marianne-orgel in de Oude Kerk aan de Herenstraat en haar bijdrage aan de bouw van de bij de kerk behorende pastorie. Ook gaf zij een een flinke financiële aanzet voor de bouw van een nieuw gemeentehuis aan de Herenstraat.

Een standbeeld van Prinses Marianne, gemaakt door Marian Gobius, staat bij de Oude Kerk in Voorburg.

In Voorburg is de Prinses Mariannelaan en het Marianneviaduct naar haar vernoemd.



Het zwarte schaap van Oranje

Collectie Duijvestein, Prinses Marianna, circa 1850, 16 x 11 cm
Collectie Duijvestein, F.H. Albert van Pruissen, circa 1850

Prinses Marianne had voor zichzelf en haar 'lakei' Johannes van Rossum Rusthof gekocht, de buitenplaats direct naast Vreugd en Rust. Al snel na haar feestelijke intocht in 1848 te Voorburg kwamen de geruchten. Men fluisterde dat zij in feite uit Berlijn was weggevlucht, weg van haar echtgenoot Albert van Pruisen. Die had haar vanaf het begin van hun huwelijk voortdurend en openlijk bedrogen met kamermeisjes en dames van verdachte zeden. Jarenlang had Marianne gedacht dat haar oprechte liefde hem van zijn dwaalwegen zou terugbrengen. Toen dit uiteindelijk ijdele hoop was gebleken, vertrok zij. Haar vier kinderen die uit het huwelijk waren geboren, had zij, tegen haar zin, in Berlijn moeten achterlaten. In Voorburg zou de prinses dichtbij haar Oranjefamilie wonen, op wie zij zeer gesteld was. Alles zou echter anders lopen dan zij had gedacht. Toen bleek dat zij zwanger was van haar minnaar, verbrak haar familie officieel alle contacten. Toen Marianne bovendien ook nog liet merken dat zij deze buitenechtelijke zoon zelf in alle openheid wilde opvoeden, was de boot helemaal aan. Het probleem was niet zozeer het buitenechtelijke kind. Dat kwam in de Oranjefamilie wel vaker voor. Traditie wilde echter dat aan zo'n kind geen ruchtbaarheid werd gegeven. Zo'n vergissing verdween dan geruisloos door het met een flinke geldbuidel, onder een andere naam, elders te laten opgroeien. Marianne wilde echter dit kind, dat uit liefde was geboren, bij zichzelf en bij de vader houden. Dus werd zij, conform het traditionele façadefatsoen, het zwarte schaap van de Oranjes.





Rust en onrust op Rusthof

Direct na Vreugd en Rust volgt de ene villa na de ander, ieder met zijn karakteristieke bouwstijl. Hier bevinden zich de restanten van de verdwenen buitenplaatsen Rusthof en Noordervliet: imponerend oude bomen en langgerekte vijvers. Op Rusthof hoopte prinses Marianne rust te vinden in haar door zoveel onrust gekenmerkte leven. Zij hield van het rustgevende water en liet de aanwezige vijvertjes vergroten tot omvangrijke waterpartijen, die zich door haar parken slingerden. In een van die vijvers lag van oudsher een eendenkooi, waar watervogels werden gevangen voor het feestmenu van de opeenvolgende buitenplaatsbewoners en hun gasten. Tekenmeester Lutgers was op zijn wandeling omstreeks 1855 ook langs Rusthof en Noordervliet gekomen. Uiteraard werden door hem deze twee belangrijke buitenplaatsen minutieus afgebeeld. Op de litho van Rusthof genieten twee wandelende dames van de bloemen en de rust in de tuin. De afgebeelde personen zouden prinses Marianne en haar hofdame kunnen zijn. De prinses was in 1855 weer in Voorburg teruggekeerd en verbleef regelmatig op haar buiten. In 1879 kocht Marianne ook het naast Rusthof gelegen Noordervliet.
Collectie Duijvestein, Noordervliet, Lithograife van P.J. Lutgers, 1850
Dit was vooral bedoeld als logeerplaats voor haar kinderen uit haar huwelijk met Albert. Die kwamen zo nu en dan hun moeder in Voorburg opzoeken. Het eerder gekochte klein-Rusthof bleek hiervoor te klein. Vooral haar oudste zoon Albert was royaler gewend en weigerde in zo'n 'kippenhok' te overnachten. Noordervliet voldeed wel aan zijn wensen. Door het dempen van de sloot tussen haar twee buitenplaatsen maakte Marianne definitief een einde aan jarenlange burenruzies over de grenzen en het onderhoud van het scheidingswater tussen de twee buitens. Op het aangekochte Noordervliet was een mooie volière. In de 18e eeuw had hier Anthonetta van Schuylenburch gewoond. Deze adellijke dame bezat een verzameling vogels en in de wei van de overplaats een 'wildbaan' met herten. Wellicht was de volière nog een overblijfsel van Anthonetta's dierenliefde. Het is de vraag of prinses Marianne op Rusthof de rust heeft gevonden die de naam van de buitenplaats haar beloofde. Iedere keer weer werd zij, na terugkomst van haar zoveelste reis, door de bevolking van Voorburg enthousiast ontvangen. Die bleven haar op handen dragen, door haar goedgeefsheid en persoonlijke aandacht. Toch merkte Marianne dat haar geliefde en hun zoon in Nederland niet echt werden geaccepteerd. Voor een betere toekomst voor Johannes Willem, kocht zij in 1855 te Reinhartshausen een wijnkasteeltje, waar zij regelmatig heen reisde. In 1861 werd de rust op Rusthof danig verstoord. Lakei Kleijn pleegde een 'aanslag' op Johannes van Rossum, die hierbij ernstig gewond raakte. Het proces, dat volgde, werd door de roddelpers in alle geuren en kleuren verslagen. Het om zijn hoge sensatiegehalte beruchte tijdschrift Asmodée schreef: 'De heer van Rossum schijnt nog al een liefhebber te zijn van het edele druivensap en na het gebruik van eenige flesschen zeer ongemakkelijk te wezen voor wie hem te na komt, de prinses niet uitgezonderd; dien ten gevolge zou, althans zoo zegt men, Hare Koninklijke Hoogheid aan Klijn den last gegeven hebben den Heer Secretaris niet al te veel wijn te geven, zoodat Klijn hem op eenen nacht weigerde meerdere flesschen uit te reiken. Daarover schijnt de heer van Rossum boos-kwaad-nijdig te zijn geraakt'. Kleijn werd veroordeeld tot een maand gevangenisstraf. Veel ernstiger was de slag die Marianne enkele maanden later trof. Op de avond van de eerste kerstdag overleed zeer onverwacht de twaalfjarige Johannes Willem op Reinhartshausen. Ter nagedachtenis liet Marianne in Reinhartshausen een kerkje bouwen, met een mausoleum en ruimte voor drie grafkisten. Daarin werd Johannes Willem bijgezet, in afwachting van zijn ouders. Toen echter in 1873 Johannes van Rossum overleed, weigerde het vrome kerkbestuur hem een plekje naast zijn zoon in het door Marianne geschonken kerkje. Iemand die zo lang 'in zonde had geleefd' hoorde niet thuis in een kerkgebouw. Hij werd uiteindelijk begraven op het dorpskerkhof, dichtbij het wijnkasteeltje van Reinhartshausen maar ver verwijderd van zijn zoon. Tien jaar later stierf prinses Marianne. Zij werd, volgens haar nadrukkelijke laatste wens, ook begraven op het eenvoudige kerkhof, naast haar Johannes, met wie zij 25 jaar lief en leed had gedeeld. Zo werd Marianne de Oranjeprinses die haar geliefde trouw bleef, zelfs in de dood.

Bronnen

  • C H Voorhoeve, "Prinses Marianne der Nederlanden", Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1986, ISBN 90 288 4364 7
  • Kees van der Leer, "Marianne, een Oranjeprinses, trouw tot in de dood", Historische Vereniging Voorburg jaargang 4 nummer 2, 1998
  • Kees van der Leer, Historische wandelingen in Voorburg en omgeving, Zwollen, 2001, 90 400 9593 0
  • Gemeente Leidschendam-Voorburg