Mr.H.J.van Roijen

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Hermanus Johannes van Roijen, SCHOUT VAN VOORBURG

Hermanus Johannes van Roijen (ook: Rooijen of Royen) werd geboren in Leiden op 8 januari 1742, zoon van Adriaan van Roijen en Adriana Johanna Wesselius. Hij trouwde op 16 maart 1767 met Maria van Hoogeveen, geboren 1737 te Delft. De geschiedkundige/dichter Hendrik van Wijn (1740-1831) maakte een lang gedicht ter gelegenheid van dit huwelijk. Het eindigt als volgt:

Huwelijksaankondiging

"O wel gelukkig Paer,

waer voor zelfs d’eng’len zingen

Straks daelt de hemel meê naest uwe wooning neêr.

Vaer voort, uw heil zal noch herleeven in uw kind’ren.

In kind’ren vol van deugd, aanminnigheid,verstand,

Vaer voort, geen pael noch perk moet voorts uw welstand

hind’ren!


En ’t einde van uw geluk zy ’t eeuwig Vaderland!

Hier zweeg myn lier, en ik zach d’engelen weder dalen

Zy vlochten...maer ’t is tyd, de blyde bedzaal wacht,

’T gestarnte lonkt u toe met tintelende stralen,

Vaerwel, volzael’ge twee! Vaerwel dan! Goeden nacht!''


Nogal gezwollen taal, maar de aansporing aan het eind liegt er niet om!

Van Royen overleed in Delft, 13 januari 1812. Tijdens zijn leven bekleedde hij als bestuurder in Delft verschillende functies:

wapen van Van Roijen
  • lid Vroedschap, van 1771 tot januari 1795
  • weesmeester, van 1775 tot 1776
  • schepen, van 1779 tot 1779
  • schout, van 1780 tot 1782
  • lid Staten van Holland, van 1785 tot 1785
  • ambteloos, van 21 augustus 1787 tot 20 september 1787 uit zijn ambt ontzet.
  • lid Admiraliteit, van 1788 tot 1 mei 1789
  • burgemeester, van 1790 tot 1791
  • lid Staten van Holland, van 1792 tot 1792
  • lid Gecommitteerde Raden, van 1 mei 1794 tot 20 januari 1795
  • lid Staten Generaal (ordinaris), van 1 mei 1794 tot januari 1795



Hierboven is het wapen van van Roijen afgebeeld zoals dat voorkomt in Namen en Wapenen der Ed.Agtbare Heeren Veertigh Raaden der Stad Delft zedert den jaare 1618 van W.van der Lelij (Gemeentearchief Delft). Het wordt als volgt beschreven:

Wapen: in rood een hoge keper, vergezeld rechtsboven van een wassenaar en linksboven van een ster, alles goud, en beneden van een pronkende pauw van natuurlijke kleur. Helmteken: de pauw van het schild. Dekkleden: rood, gevoerd van goud.

Verder was Van Roijen volgens Cornelis Siliakus zoals beschreven in Voorburghs Korte Gedenkzuil Schout en Collonel der Burgerij van den Dorpe en Ambachte van Voorburg, en lid van de Opregte Vaderlandse Societeit te Voorburg. Het laatste was een oranjegezinde groepering, hetgeen bevestigt dat hij Oranjegezind was, de reden voor zijn tijdelijk ontslag. Deze ontzetting uit zijn ambt gebeurde in 1787 nadat Wijbo Fijnje, een bekende figuur uit de patriottenwereld, een toespraak hield in de Delftse gemeenteraad waarin hij eiste dat alle oranjegezinde bestuurders vervangen zouden worden door Patriotten. Die eis werd ingewilligd door een vroedschap die zich bedreigd voelde door het Vliegend Legertje van Adam Gerard Mappa dat buiten de stad gelegerd was. In het volgende wordt gedocumenteerd dat van Roijen is afgezet als schepen van Delft vanwege zijn Orangistische houding.

(Bron: De Navorscher, 49)

Aan den Edelen Achtbaaren Raad der Stad Delft. EDELE ACHTB. HEEREN! Het College Geconstitueerden van een Notabel aantal Burgers en Ingezetetenen der Stad Delft, en derzelver Jurisdictie, vind zig, door de tegenwoordige beklaaglyke tydsomstandigheeden in de onaangenaame, doch volstrekte Noodzakelykheid gebragt, omme zo voor zich, als uit Naam hunner Constituanten, aan den Ed. Achtbaaren Raad te moeten verklaaren:

Dat zy den hachelyken toestand waar in deze Provincie zig thans bevind, ten aanzien van derzelver inwendige gesteldheid, door de steeds toenemende Partyschappen, die het gantsche Staatsgebouw, en met het zelve de Burgerlyke Vryheid den laatsten en onherstelbaaren slag dreigen, in alle deszelfs omstandigheden, voornaamlyk moeten toeschryven aan de helaas genoeg bekende denk en handelwyze van die Regenten, welke de onvermoeide pogingen der braave meerderheid van Hollands Staats Vergadering, en die der cordaate aan eed en plicht getrouwe Burgeren, ter redding van hun Vaderland, door openlyke en regelregte of wel door slinksche en zydelingsche wegen te grooten deele verydelen. Dat zy tot hunne grievende smart, het ongeluk hebben, dat verscheide Leden van den Ed. Achtb. Raad deezer Stad, dit verderfelyk Systema adopteeren, ongeacht de van tyd tot tyd hier tegen ingebrachte vertoogen, door zo veel Notabele Burgers en Ingezeetenen deezer Stad. Dat de jammerlyke gevolgen hier van thans tot zulk een aanmerkelyke hoogte geklommen zyn, dat zy deeze Provincie en met haar het geheel lieve Vaderland, onherstelbaar verlooren achten, byaldien niet door een Cordaaten stap der goede Burgery, ook hier gelyk elders niet het heuchlykst gevolg geschied is, dit kwaad tot in den wortel worde uitgeroeid. Dat zy daar toe, als ’t geschikste en zagtste middel tevens beschouwen, dat die leeden van deezen Raad, welken voornaamlyk als de hoofdbewerkers van de voorz. Onheilen hier ter Steede te houden zyn, daadelyk van hunne Posten als Raeden worden ontslaagen. Dat zy uit dien hoofde Provisioneel by deeze plegtig verklaaren, de Heeren:

Mr. Joan Carel van Aldewerelt

Mr. Adriaan van der Goes

Mr. Thomas van Lidt de Jeude

Dr. Willem Verbrugge

Mr. Aart van der Goes

Mr Hermanus Johannes van Royen

Mr. Alexander Willem van Hoecke

Mr. Canzius Onderdenwyngaart

Dr. Binke Lambrechts

Mr. Engelbert Paeuw

Mr. Diderik Leendert van Blommestein

Als uit hoofde bovengemeld het vertrouwen der goede Burgery en Ingezetenen deezer Stad geheel verlooren hebbende, voor Ontslagen en Verlaaten te zyn van hunne Posten, declareerende hen niet langer te houden als Raaden dezer Stad, ofte hun als zodanige Representanten meer te zullen erkennen; vorderende van voorn. Heeren daadelyk hunnen zitplaatzen te verlaaten, zig uit deze Raadzaal te verwyderen, en te onthouden van alle zodanige verpligtingen, als met de Raadspost of als Representant deezer Stads Burgery en Ingezeetenen, direct of zydelings eenige betrekking heeft, ten einde zig te wagten voor de onaangenaame gevolgen die daaruit zouden moeten resulteeren. Dat zy voorts, daar in dit tydstip meer dan ooit de belangen van Stad en Land vorderen dat de dus vaceerende Raadsplaatzen inmediatelyk behooren te worden vervuld, gereed zyn de aanblyvende Raaden hiertoe in staat te stellen door een zodanig getal van gequalificeerde Persoonen als de Ondergetekenden zig durven vleyen, met het vertrouwen der goede Burgery en Ingezeetenen dezer Stad vereerd te zijn, en welken de Ondergeteekenden, zo dra de van hun post ontslagen Heeren uit de vergadering zullen geweeken zyn, aan den Ed. Achtbaaren Raad zullen Communiceeren. Den Ed. Agtbaaren Raad Gode bevelende teekenen zij zig met verschuldigde achting DELFT den 21 augustus 1787. De Geconstitueerden van een Notabel aantal Burgers en Ingezeetenender Stad Delft enz. En uit derzelver Naam

(was getekend)

J.VRIJDAG, Vice President

W.FIJNJE, Secretaris

Uiteindelijk is van Roijen gerehabiliteerd toen eenmaal de patriotten waren verdreven nadat de Pruisische troepen de Stadhouder weer aan de macht hadden gebracht. Dit is gedocumenteerd in het volgende (Bron: Knuttel pamfletnr. 21750).


Naamlijst.01.jpg
Naamlijst.02.jpg

Hier zien we dus dezelfde namen als hierboven genoemd, inclusief Hermanus Johannes van Royen als Vroedschappen


Van Royen was ook Kerkvoogd in Delft, maar verliet deze functie in 1795. Het politieke tij was namelijk na de invasie van de Fransen, en de stichting van de Bataafse Republiek, weer gekeerd. Van Roijen was een tegenstander van de bevelen die door de Bataafse Republiek werden uitgevaardigd om tekenen die indruisten tegen de principes van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap te verwijderen uit de kerken te Delft. Dit waren o.m. met heraldieke wapens versierde kappen boven bepaalde zitbanken, maar ook grafzerken. Hoe bizar het er daarbij toeging blijkt uit het volgende:

De Municipaliteit van Delft bij extract dezes aan te schrijven om aan kerkmeesteren te gelasten den Hoofdschout der gemelde Stad in het opvolgen der bevelen van het bestuur conform de Publicatie van 8 Juny 1795 alsmede in gevolge de nadere aanschrijving van den Agent van Politie de dato 6 Maart dezes jaars niet alleen niet hinderlijk te zijn maar denzelven in tegendeel alle faciliteit te verleenen en de behulpzaame handen te bieden, tot het verhaal der onkosten gevallen op het Uithouwen der Wapenen op de zerken, als mede niet verder te gedoogen dat zulks als nog voor rekening der eygenaaren geschiede. 2de dat gemelde Municipaliteit allen aan te schrijven , de kerkmeesteren te gelasten zig ten spoedigsten van hunne onwaardige en de tegenwoordige orde van zaaken niet toegedaan zijnde Ambtenaaren te ontdoen. 3d dat alle de wapenen en tekenen van Heraldiek voor zoverre dezelve aan de Tombes of gedenkstukken nog gevonden worden, als voorwerpen van kunst behooren te blijven , dog dat egter de wapenen die op de liggende zerken voor of op de graf kelders der genoemde Tombes gevonden worden alsmede ingevolge de expresse letter der Publicatie moeten worden uitgehouwen. Wordende het overige in gemelde missive gementioneerd gezonden in advis. En wat wachtte nu den Heeren Kerkvoogden, die toch toonden dat zij de besluiten der nieuwe orde, van zaken stipt wilden nakomen?

Den 26sten Augustus 1795 werden zij door de Municipaliteit met het Comité van Justitie allen gelicentieerd (ontslagen). Het waren de volgende Heeren , die toen aftraden :

Mr. Adriaen van der Goes Cornelisz. , David Graswinkel , Mr. Gerard van Hoogeveen, Dr. Willem Verbrugge, Mr. Hermanus Johannes van Royen.


(Bron: Navorscher, Volume 49)

De Schoolpoort te Delft
Aangename uitzichten

Van Roijen is geboren en gestorven in Delft. Blijkens een koopakte in het Stadsarchief van Delft kocht Hermanus van Roijen op 5 mei 1781 “Een Tuin en Erve met een steend Coepel en verder Getimmerte daarin staande ende gelegen aan de noordzijde van de Laan van Overvest onder de Poorterije deezer Stad, belend ten oosten Bernardus Dortsma ende ten westen Hendrik van Zwaard” voor een bedrag van 2500 gulden. Hij wordt ook genoemd als “westbelending” in een koopakte van 1799 betreffende een aangrenzend terrein op de noordoosthoek van de Laan van Overvest aan de stadssingel even buiten de Schoolpoort dat wordt beschreven als “hebbende zeer aangename uitzichten zo op gemelde cingel (nu de Phoenixstraat en spoorwegviaduct), als landerijen”. Van Roijen is blijkens dit document de eigenaar van het terrein ten westen van dat hoekperceel. Zijn uitzicht moet dus geweest zijn zoals op deze plaatjes is te zien, een gezicht op de Schoolpoort vanuit Overvest aan de overkant van de “Cingel”. De tweede afbeelding is een stadsgezicht van Isaäc van Haastert.



Op de kadasterkaart uit 1831 is de Cingel de oosteliijke begrenzing. De percelen aan de Laan van Overvest zijn ingetekend, maar in de bijbehorende lijsten komt de naam van Van Roijen niet voor. Hij was in 1812 overleden, dus het ligt voor de hand dat zijn bezittingen twintig jaar later van eigenaar waren veranderd.

Laan van Overvest, bovenaan de kaart


Terug: Voorburghs Korte Gedenkzuil