Noordervliet

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Noordervliet

Naast Bijvliet met zijn 'papekerk' lagen aan de westkant drie andere fraaie buitenplaatsen langs de Vliet: Welgelegen, Noordervliet en Rusthof. Ook hier was het gegaan zoals bij zovele andere buitenplaatsen. De boerderijen die hier stonden, werden in de 17e eeuw opgekocht door rijke kooplieden of regenten die in de landelijke rust de onrust van de stad wilden ontvluchten. Naast, of in plaats van de boerderij werd een imponerend nieuw huis gebouwd met lommerrijke parken en tuinen. Zo'n indrukwekkend buiten werd uiteraard tevens gebruikt als een mooi visitekaartje, waarmee de rijke bewoner kon pronken om zo zijn deftige status te laten zien aan gasten en passanten. Ook Noordervliet was, volgens een beschrijving uit 1762, zo'n deftige 'plaisante buijtenplaets' met een groot herenhuis, een stalling voor zes paarden, een koets- en tuinmanshuis, een vijver vol goudvissen en wel twee speelhuisjes oftewel theekoepels. Vooral het uitzicht werd geroemd met de mededeling dat Noordervliet uitblonk door de 'ongemeen fraaije land- en watergesigten'. Van 1762 tot 1786 woonde hier Anthonetta van Schuylenburch, een adellijke dame uit een invloedrijke familie die een passie voor dieren had. Kort na de aankoop van Noordervliet in 1762 was haar echtgenoot mr. Willem Berent Buys overleden. Anthonetta was echter niet bij de pakken gaan neerzitten. Zij ondernam een grootscheepse verbouwing van het herenhuis, het koetshuis en de paardenstal en liet een mooie volière plaatsen voor haar fraaie collectie vogels. Tevens breidde zij haar buitenplaats uit door de aankoop van het ernaast gelegen buitentje Welgelegen. Vooral de daarbij behorende boomgaard en de kassen voor het kweken van exotische vruchten als ananassen en perziken hadden haar speciale belangstelling. Het meest ingenomen was zij toch wel met de aankoop in 1774 van het tegenover Noordervliet gelegen stuk grond langs de Weverslaan. Hier legde zij haar 'wildbaan' aan, een hertenkamp waar zij haar liefde voor dieren verder kon uitleven. Daarbij ondervond zij veel steun van haar tweede echtgenoot Cornelis van der Beke. Toen zij plotseling last kreeg van indringers die het hadden voorzien op haar kostbare dieren, zorgde hij ervoor dat, met toestemming van de baljuw van Rijnland, voetangels en klemmen werden aangelegd op Noordervliet en bij de wildbaan. Die hielden dieven en onruststokers voortaan op voldoende afstand


Adellijke passie voor dieren

Die grote belangstelling voor dieren had Anthonetta van kinds af aan van haar ouders meegekregen. Dit was nog steeds te zien op het grote schilderij dat haar vader in 1724 had laten maken door schilder Van Dijk. Het hing nu in de grote woonkamer en iedere keer weer als Anthonetta daar zat, keek zij ernaar met een weemoedig maar dankbaar gevoel. Trots stond haar vader daar afgebeeld, naast haar vroeg overleden moeder Martha Catharina Kemp. Een mooi parklandschap met imposante tuinvazen vormde een passende achtergrond. Als tweejarig meisje hield Anthonetta op het schilderij haar moeder vast terwijl zij met haar andere hand naar het kleine aapje reikte dat bij haar moeder op schoot zat. Haar oudste broertje stond naast een jachthondje dat aan zijn hand snuffelde; haar andere broertje zat naast een vogeltje in een kleine kooi. Hoe snel de jaren daarna ook waren vergleden, Anthonettes passie voor dieren was niet verdwenen, integendeel.

De zomer van 1783 telde de ene warme dag na de andere. Juist tijdens zulke dagen voelde Anthonetta zich bijzonder gelukkig op haar Voorburgse buitenplaats. De hoge bomen leken dan extra lommerrijk, de honderden stemmen van de diepzwarte merels, gespikkelde lijsters en bontgekleurde mezen klonken zuiverder dan ooit en het rustig kabbelende water van de Vliet gaf een aangename verkoeling. Het uitzicht vanuit haar theekoepel aan de waterkant werd een helder vergezicht naar Pijnacker en Delft. Het drukke scheepsverkeer op de Vliet hinderde haar daarbij niet echt, maar toch zat zij liever in haar tweede koepeltje aan de kant van de Heereweg. Dit speelhuisje stond dichtbij de volière met haar bijzondere vogels. De kleinere soorten floten meestal lustig mee met al die vrije vogels hoog in de bomen. Dit was voor haar de prettigste omgeving op de momenten dat zij rustig wilde lezen, een brief schrijven of thee drinken met gasten. Bovenal was ze zo gehecht aan dit plekje omdat zij van hieruit een mooi zicht had op haar wildbaan met de herten aan de overkant van de weg. Daarachter zag ze de boerderijen Westerloo en Zuyderloo aan de Broeksloot en uiteraard de Loolaan die via een bruggetje over de Broeksloot naar De Grote en De Kleine Loo liep. Daar had de prins van Oranje, Willem V, zijn vorstelijke menagerie, zijn verzameling levende uitheemse dieren ondergebracht. Tijdens de wintermaanden, als de bomen kaal waren, kon Anthonetta vanaf de bovenvertrekken van Noordervliet heel in de verte De Grote Loo zien liggen. De Voorburgers waren maar wat trots geweest toen Willem IV op 23 juli 1748, precies in het geboortejaar van zijn zoon Willem V, De Grote Loo onder Voorburg had gekocht van de erfgenamen van Nicolaes van Assendelft, postmeester te Den Haag. Dit laatste had Anthonetta altijd een aardig detail gevonden, aangezien haar vader, Cornelis van Schuylenburch ook postmeester in Den Haag was geweest en wel van de Engelse posterijen. Haar grootvader, mr. Willem van Schuylenburch, had overigens, net als haar vader, tot de aanzienlijke stand behoord. Hij was niet alleen hoogheemraad van Delfland, maar had daarnaast tevens, tot zijn overlijden in 1707, de belangrijke functie bekleed van secretaris en griffier van de toenmalige Oranjeprins. De familie Schuylenburch was dan ook, evenals de vele Voorburgers sterk Oranjegezind.


Een drama in de dierentuin

Vanzelfsprekend had Anthonetta van Schuylenburch iedere aflevering van de dierenboekjes van Vosmaer aangeschaft en met veel interesse gelezen. Alle 27 afleveringen tot nu toe, had ze zorgvuldig bewaard en toegevoegd aan haar bibliotheek op Noordervliet. Ook dit jaar waren weer twee afleveringen verschenen, waarvan er één tot vreugde van Anthonetta over een hertenbokje ging. Hoewel dit inmiddels al zeventien jaar geleden was, kon ze zich nog goed het moment herinneren dat de eerste aflevering verscheen, vier jaar nadat ze op Noordervliet was komen wonen. Die eerste aflevering ging over een tot dan toe onbekend soort 'Africaans breedsnuitig varken of bosch-zwyn', zoals de titel vermeldde. Kort geleden had zij het nog eens herlezen en zich weer verbaasd over de deskundigheid van Vosmaer. Het drama in de dierentuin was indertijd een veelbesproken voorval in Voorburg geweest en had grote indruk gemaakt op Anthonetta. Zij was zelf in die tijd druk bezig geweest met haar eigen hertenkamp en had daarbij een soortgelijke nare ervaring opgedaan. Haar herten had zij gekocht bij ene heer Boers. Bij de vele moeizame pogingen om ze te vangen en over te brengen naar Noordervliet werd echter een Bengaals bokje doodgejaagd. Een andere brak een poot en moest worden afgemaakt. Daaruit had ook Anthonetta de les getrokken dat het opjagen van herten zeer riskant en dodelijk kon zijn.


Verzoek van Vosmaer

Vosmaer had grote belangstelling getoond voor een van de twee Bengaalse hertenbokjes op haar wildbaan bij Noordervliet om, zoals hij haar meedeelde 'bij de wijfjes, die alleen in de Diergaarde van Zijn Doorluchtige Hoogheid zijn, jongen te kunnen telen'. In ruil zou ze uit de stadhouderlijke menagerie van De Loo enkele Lakense Faisanten en Carolina eenden krijgen. Trots had ze dit aanbod geaccepteerd, temeer daar het toch niet goed was om meer dan één bokje bij de wijfjes in de hertenkamp te hebben rondlopen. Al snel daarna had Vosmaer haar, in afwachting van de komst van het bokje, de aangeboden dieren voor haar faisanterie op Noordervliet alvast toegestuurd. Ook nu leek het de vorstelijke menagerie niet mee te zitten. Er had zich weer een groot probleem voorgedaan: hoe vaak Anthonetta het ook de afgelopen weken had geprobeerd, het bokje liet zich niet vangen. Haar tuinman had gepoogd het beestje met voer in de stal te lokken maar dat was mislukt omdat het in de wei genoeg gras te eten had. Ze had de wei voor de helft laten afzetten, een speciaal hok geleend en zelfs een knecht ingehuurd om het beest daar in te krijgen. Het had haar veel geld gekost maar alles tevergeefs. Ze wilde de herten beslist niet opjagen, want daarmee had ze in het verleden haar lessen wel geleerd. Om dit ene bokje te vangen wilde ze haar andere herten niet in gevaar brengen. Er zat dus, ondanks de hitte van deze hoogzomerdag, zo langzamerhand niets anders op dan een brief te schrijven aan de heer Vosmaer. De koepel aan de Heerwech bood gelukkig voldoende rust en koelte om een voor een de regels op papier te krijgen.

Myn Heer Vosmaer in 's Haegen

Mijn Heer,

Eenige weecken geleden heb ik van het Loo met kennis van U.Ed. gekregen 1 paer silvere Laeckensche phaisante 1 paer Carolina Eenden 1 goud Laekensche phaisante Hen, onder conditie van daer voor te ruylen een Bengaelsche Bock, nu heeft myn tuynman veel moeyte gedaen om dezelve in het stalletje te locken, om waer het mogelyk daer te vangen, dog nu zy grass genoeg hebben komen zy daer zelden, doe heb ik de onkosten gedaen, de wey an de helft te laeten afschieten, om derzelve dan in een hock dat juffrou Backer geleent had te locken, dog tevergeefs, ik heb nu nog eenige daegen een arbeyer tegen 18 stuyvers daegs gebruykt, om hem waer het mogelyk apart in de helft van de wey te krygen, daer het hok van juffrouw Backer staet, dog het helpt niet, met op te jaegen wil ik het niet hebben, doe ik myn Herten van de heer Boers gekogt heb, is het zo geschiet en daer door isser een Bengaelsche doodgejaegt, en een Witte zyn poot gebrooken, nu heb ik 12 harten, en wil dezelve niet verliezen, om eene Bock te missen, ik wilde selver liever dat men hem al gevangen had, want meer als eene Bock in een hartecamp is niet goed, ik heb er selver daerdoor al verlooren, nu doe ik U.Ed. de propostie, of te wagten dat men hem kan krygen hetzy vroeg of laet, of al hetgeen ik gekregen heb weder te geven, hetgeen ik ten eersten doen zouden, zoals ik U.Ed. intentie weet, [...] ik heb gedagt beter was U.Ed. daer selver over te schryven, om alle abuysen voor te komen, inmiddels blyve ik met alle agting U.Ed. gehoorzaeme Dienaeresse,

A van der Beke geb. van Schuylenburch.

Noordervliet den 14 Juny 1783.

Na nog wat woorden onderstreept te hebben, las zij met enige opluchting de hele brief nogmaals aandachtig door alvorens hem met een bediende mee te geven. Ze hoopte nu maar dat Vosmaer nog wat geduld zou hebben, en dat het uiteindelijk toch nog zou lukken om het bokje op De Loo afgeleverd te krijgen.


Trefwoorden

Anthonetta van Schuylenburch, Noordervliet, Willem Berent Buys, Welgelegen, Cornelis van der Beke, Cornelis van Schuylenburch, Willem van Schuylenburch

Bron

Historische wandelingen in Voorburg en omgeving : Vorstelijke dieren en andere prentkunst / Kees van der Leer ; met medewerking van Gerard Duijvestein. - Zwollen : Waanders, 2001