Ontginning van de woestenij

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
Ontginning van de woestenij
098 Schoolplaat “Polderlandschap in Zuid-Holland” door B. Bueninck ca 1920, verbeeldende de Zoetermeerse Meerpolder.jpg
Polderlandschap in Zuid-Holland
Adres
Lokatie ,
Jaartal 500 -
Lees meer
Referentie
Categorie Object
ELV logo logo rgb-001.png

In de late Middeleeuwen lag achter de kust tussen Jutland en Vlaanderen een enorm moerasgebied waar nauwelijks iemand woonde. Toen men dat in onze streken begon te ontginnen, gebeurde dat vóór het jaar 900 vanuit bestaande nederzettingen aan de rand van het moeras. Groepen boeren gingen met houten schoppen aan de gang om sloten te graven en dijkjes op te werpen. Ze werkten daarbij vanuit bijvoorbeeld een zijriviertje van de Oude Rijn en gingen van daaruit successievelijk verder het veenmoeras in. Op de kop van de percelen kwamen de boerderijen en zo ontstond een lintbebouwing.

Telkens kwam er dieper het land in een nederzetting bij, die soms een naamsverwantschap met de vorige bezat. Vanuit de Oude Rijn zou zo geredeneerd eerst Zwieten (Suetan) zijn ontstaan, toen Zoeterwoude en vervolgens Zoetermeer. De eerste lag bij de oever van de Oude Rijn, de tweede in het bosachtige gebied op de (klei)gronden daarachter en de derde diep in het veengebied, waar riet, zegge, veenmos en andere waterplanten groeiden.

Behalve de volgorde Zwieten, Zoeterwoude, Zoetermeer wordt voor Zoetermeer ook gedacht aan een zelfstandige ontginning door mensen die vanaf de Oude Rijn de Weipoortse Vliet opvoeren, een zoetwatermeer tegenkwamen en zich rond het jaar 1000 aan de randen daarvan vestigden. Er is echter geen enkel bewijs, noch archeologisch noch schriftelijk, van de precieze wijze of datum van vestiging.

Het hele gebied is later voor de winning van turf afgegraven, dus alle resten van de vroegste bebouwing zijn verdwenen. Van de eerste bewoning van Zoetermeer zijn alleen afvalgaten over. Boeren groeven gaten achter op hun land in het veen om bij de mineraalrijke klei te komen. Het veen gebruikten ze waarschijnlijk als turfbrandstof, het klei om de veengrond vruchtbaarder te maken. In die zogeheten daliegaten ging afval en daarvan is een deel door de Archeologische Werkgroep Zoetermeer opgegraven onder het huidige Woonhart aan de Europaweg.