Opdrachten trekvaart

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Opdracht 1

A. Leg in je eigen woorden uit wat een trekvaart, een trekschuit en een jaagpad is.

B. Noem zo veel mogelijk vervoermiddelen die wij nu gebruiken.

C. Waarom was de trekschuit in de 19e eeuw ineens niet meer zo populair?

D. Wat zou jij nog willen weten over het varen met de trekschuit? Schrijf twee vragen op en neem deze twee vragen mee naar de vaartocht met de trekschuit:

Opdracht 2

Kijk tijdens de vaartocht goed om je heen. Als de boot onderweg stopt, beantwoord je de volgende vragen: A. Hoe heet de trekvaart waar je nu vaart?

B. Bij welke plaats zijn jullie aan boord gegaan en waar worden jullie naartoe gebracht?

C. Noem drie dingen die je hier ook in de Gouden Eeuw zou hebben gezien als je op de trekschuit zat. Tip: vraag het aan de gids op de boot.

D. Hoeveel meter zit er tussen het jaagpad en de trekschuit?

E. Hoe heet het paard dat de boot trekt?

F. Hoeveel buitenhuizen heb je onderweg gezien? Welke namen hebben deze buitenhuizen?

G. Onder hoeveel bruggen is de boot gevaren?

H. Teken hier hoe het paard aan de boot vastzit.

I. Zoek antwoord op de twee vragen die jij in opdracht 1 hebt gesteld.

Opdracht 3

A. Kijk op de kaart (in de atlas) en zoek op waar je precies hebt gevaren.

B. Heb je een buitenhuis gezien of bezocht? Waar staat dit buitenhuis op de kaart?

C. Zie je nog meer trekvaarten in Zuid-Holland?

D. Hoe lang heb je over de reis gedaan met de boot?

E. Zoek uit op [http:\\www.ns.nl ns.nl]: Als je van Haarlem naar Leiden wilt reizen, hoe lang doe je daar nu over met de trein? Hoe lang deed je er in de Gouden Eeuw over met de trekschuit van Haarlem naar Leiden?

F. Beantwoord de twee vragen die je in opdracht 1 hebt gesteld.

G. Noem drie dingen die je hebt geleerd over het reizen met de trekschuit.

H. Maak één tekening waarin je duidelijk twee tijden ziet van het varen met de trekschuit: in de Gouden Eeuw en zoals je nu hebt gevaren.