Simon Didama, een Leidschendamse chirurgijn, patriot en emigrant

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Over Simon Didama kunnen we achterhalen dat hij in 1773 in Delft leerknecht van het chirurgijngilde is. In maart 1775 heeft hij er zijn Leerbrief gehaald. Wordt in 1777 vermeld als chirurgijnsknecht; in 1783 verhuist hij naar Leidschendam en vestigt zich daar als chirurgijn en apotheker op den Leijdschendam. Op 13 december 1783 is hij in Delft ondertrouwd met Aafje van der Schats uit Voorburg, gedoopt in Delft op 24 februari 1763.

In 1792 gaan de zaken kennelijk goed: chirurgijn Didama zoekt een jongeling die goed kan scheren en bereid is de grondbeginselen van de heelkunde te leren; ook moet de jongeling zich in een buiten-apotheek bekwamen.

Rond 1780 verzetten steeds meer inwoners zich tegen het beleid van stadhouder Willem V. De economie gaat achteruit, tegenstellingen tussen arm en rijk, tussen protestanten en katholieken zijn groot. Ontevreden burgers verenigen zich in groepjes. Zij noemen zich Patriotten en zijn ook in Veur en Leidschendam actief, verenigen zich in sociëteiten, kopen wapens en houden militaire oefeningen. Houtkoper Prijn wordt in Veur rond 1784 commandant van een Vrijkorps. Met veel bevlogenheid gaat men tekeer tegen de Oranjegezinden. De Oranjegezinde J. Schertzer geeft in 1785 een uitgebreide persoonsbeschrijving van commandant Prijn en van de namen van de Vrijheids Zoonen, die ‘waarlijk met zwarte letters in ras versmeltende sneeuw verdienen gegriffierd dienen te worden’. Een van de afhangelingen van Prijn is Simon Didama, chirurgijn aan den Leidschendam. 3 jaar later, op 20 september 1787 na de inval van de Pruisen, keren de naar Nijmegen gevluchte Willem V en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen terug. Het herstel van de macht van erfstadhouder Willem V van de Republiek der Verenigde Nederlanden betekent een voorlopig einde aan die onrustige en woelige tijd. De Oranjepartij heeft het weer voor het zeggen, de gehate Patriotten worden uit de regering gezet. Ook in Veur en Leidschendam verloopt de omwenteling van patriots naar Oranjegezind naar wens. In 1792 is Didama lid van ‘het Bestier’ en schepen van Leidschendam.

De Bataafse Republiek

Begin 1793 trekt Generaal Pichegru met het Franse leger de Republiek der Verenigde Provinciën binnen, samen met eerder uitgeweken Patriotten. Begin 1795 vlucht stadhouder Willem V met zijn gezin naar Engeland en wordt de Bataafse Republiek – Vrijheid – Gelijkheid - Broederschap – uitgeroepen. In Veur en Leidschendam wordt op 21 januari 1795, het eerste jaar van de Bataafse Vrijheid, een 'commité revolutionair' samengesteld onder leiding van de dan weer actieve Burger Prijn. Dit comité is gekwalificeerd om ‘een grondwettige herstelling te stellen, steunende op de onvervreemdbare rechten van de mens en van Vrijheid en Gelijkheid’. Simon Didama is dan secretaris van deze Burger-Sociëteit met als zinspreuk ‘De Broederschap aan Deugd verpand werkt steeds tot Heil van ’t Vaderland’. Op 14 januari 1796 wordt hij vervangen door J. Mulder.

Op 19 mei 1795 publiceert Prijn, samen met Simon Didama, gecommitteerden van de Burger-Sociëteit van den Leydsendam en Veur, een gelukwens aan de Representanten van het Volk van Holland: de Bataaf mag zich verheugen in de alliantie tussen beide Republieken (Frankrijk en de Bataafse Republiek). In hoogdravende woorden wenst hij de waardige mannen geluk, ‘het plegtanker van trouw is uw hoop, de zegeningen des allerhoogsten bekroone uwe werkzaamheden en de beloning daarvan zij zaligheid’.

Geëmigreerd naar Amerika

Nadat in 1795 de bakens zijn verzet wordt het velen de grond te heet onder de voeten. Sommigen gaan naar de Zuidelijke Nederlanden of Frankrijk, anderen hebben hun hoop gevestigd op het jonge Amerika om daar een nieuw bestaan op te bouwen, weg van de Franse overheersers. Simon Didama verzoekt de Nationale Vergadering, representeerende het volk van Nederland, op 10 april 1797 met een request om een paspoort voor 6 weken om met zijn gezin naar Noord-Amerika te kunnen vertrekken. In Amerika wacht de kolonisten vaak een ongerepte wildernis en avontuurlijke omgeving om bedwongen te worden. Maar ook daar verhullen Nederlandse patriotten hun nationale en politieke identiteit niet.

In Oldenbarnevelt, Town of Trenton, County of Oneida, State of New York (vernoemd naar hun politieke held Johan van Oldenbarnevelt) komt een vrij grote groep Nederlanders terecht waaronder Simon Didama die in de loop van 1797 met zijn vrouw en 3 kinderen is overgestoken. Hij woont daar op hoeve van 19 acres. De grond heeft hij met enkele andere emigranten grond gekocht van de Holland Land Company met een eigen kapitaal van f 7000 en f 5000 geleend geld. Simon is ook daar werkzaam als chirurgijn.

Didama en Thomas Jefferson, President van de Verenigde Staten

In 1803 verdubbelt de jonge Amerikaanse republiek haar grondgebied met de aankoop van 2,1 miljoen km² grondgebied van Frankrijk. Bekend onder de naam ‘’Louisiana Territory’’ strekt dit gebied zich uit van de Mississippi Rivier in het oosten tot de Rocky Mountains in het westen en van de Golf van Mexico in het zuiden tot de Canadese grens in het noorden. Deze ‘’Louisiana Purchase” wordt wel beschouwd als een van de grootse successen van Thomas Jefferson tijdens zijn presidentschap.

Didama schrijft op 17 oktober 1803 vanuit Oldenbarnevelt een brief aan Thomas Jefferson, Esqr. President of the United States of North America, met het verzoek de bijgevoegde brief te laten bezorgen bij Thomas Paine, wiens verblijfplaats hij niet weet. Zijn voorstel is honderden ijverige gezinnen uit Europa naar Louisiana te laten komen om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Dat is ook voordelig voor de Amerikaanse schatkist. Dear Sir! being a Stranger to your Person but not with your Merits, I hope you will excuse the liberty I do take by sending this letter on your address. I beg leave in requesting you to be so kind to deliver the inclosed to the Person to whom I have addressed, on account I am unacquinted with the residence of Thomas Paine, Esqr. Otherwise if this had not been the case, I should not have been so free in doing so. Hij eindigt zijn brief met: With all the Sentiments of High esteem due to your Worthy character, and High Station you hold in this Happy and blessed Country, and after recommending myself into your Friendship and esteem. I remain Dear Sir! your most Humble, and Obedient Servant. Simon Didama. Ten slotte excuseert hij zich voor zijn schrijven: I hope you will excuse my Stile and spelling if you do find fault with it because I am a Dutchman who did come from Holland as a Physician, a little more than six years ago, and never did learn the english language, but what I did my self, in this Happy Country.

Thomas Paine

Thomas Paine (Engeland 1737 — New York 1809) is een Engels-Amerikaans filosoof, vrijdenker en revolutionair. Hij speelt een belangrijke rol in zowel de Amerikaanse als de Franse Revolutie en is een van de belangrijkste denkers van het liberalisme. Is bekend geworden met het geruchtmakende en veelgelezen pamflet Common Sense dat hij schreef om de belangen van de Amerikaanse kolonisten te verdedigen. Paine is een uitgesproken patriot. Dat kan mogelijk de reden van Didama zijn hem te benaderen: vermoedelijk is ook Didama nog steeds een overtuigd patriot (bij zijn aankomst in Amerika wordt vermeld: ‘slachtoffer van 1787’). Op 17 februari 1804 volgt een tweede, uitgebreide brief van de ‘nederige en gehoorzame’ Didama aan Thomas Jefferson waarbij opnieuw het verzoek om een brief door te sturen naar Thomas Paine. Hij hoopt in Louisiana met vrienden en bekenden uit Holland als nieuwe inwoners land te kunnen kopen en er een bestaan op te bouwen. Hij en zijn vrienden willen snel antwoord hebben: enkelen willen naar Europa terug om daar nieuwe kolonisten te werven. In een paar maanden tijd kunnen bovendien honderd handen helpen bij het opbouwen van het nieuwe land. Ten slotte meldt hij nog dat hij de Franse taal beheerst; er zijn immers veel Fransen in dat gebied.

Didama overlijdt in Oldebarnevelt in 1805. De schulden zijn dan nog lang niet afbetaald; zijn weduwe probeert zich met moeite staande te houden. En Thomas Paine slijt zijn laatste jaren in eenzaamheid; heeft haast geen politieke vrienden meer; velen zien hem ook niet zitten vanwege zijn religieuze denkbeelden.

Bronnen: To Thomas Jefferson from Simon Didama, 17 October 1803”. Founders Online, National Archives, Original source: The Papers of Thomas Jefferson, vol. 41, 11 July–15 November 1803, ed. https://www.loc.gov/resource/mtj1.029_0263_0266/?st=gallery

Libray of Congress: Simon Didama to Thomas Jefferson, February 17, 1804: https://www.loc.gov/item/mtjbib013190/