Sint Gerardus Majella/Maerten van der Velde

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Sint Gerardus Majella / Maerten van der Velde

De zusters

De straat is vernoemd naar de zusters die gedurende decennia het onderwijs op de Stompwijkse scholen hebben verzorgd. In 1905 besluit het kerkbestuur van de parochie van de H. Laurentius tot de bouw van een zusterhuis en een school. Op 20 september 1905 krijgt het kerkbestuur vanuit Rome verlof de Zusters van de Congregatie Dochters van Maria en Joseph uit ’s-Hertogenbosch -in Brabant beter bekend als de Zusters van de Choorstraat- naar Stompwijk te halen. Aanvankelijk stichtten zij scholen voor meisjes. De openbare jongensschool wordt in 1920 omgezet in de r.k. jongensschool “St.Gerardus Majella”.

Sint Gerardus Majella

De aanwezigheid van de ‘Zusters van de Choorstraat’ duurt tot november 1942, midden in de oorlog. Op 1 november 1943 krijgt pastoor Johannes Dirk Sistermans een brief uit Den Bosch met de mededeling dat de Zusters geheel worden teruggetrokken uit Stompwijk. De oplossing komt echter al vrij snel: op 9 januari 1944 nemen de Zusters van de Voorzieningheid uit het klooster aan de Hoge Woerd te Leiden hun plaatsen in.

Van 1966 tot 1985 is nog steeds aan de Dr. Van Noortstraat 89 de r.k. gemengde school “St. Gerardus Majella” gevestigd. In 1968 verlaten de met blauwe mantels uitgedoste zusters van de Voorzienigheid, afkomstig uit het klooster aan de Hogewoerd te Leiden, het huis van de negen nonnen. In 1968 wordt het ook het schoolbestuur losgekoppeld van het kerkbestuur.

Maerten van der Velde

De r.k. jongens- en meisjesschool St. Gerardus Majella krijgt ten slotte in 1985 een andere naam en ging ‘Maerten van der Velde’ heten. Tot op de dag van vandaag is dat de r.k. basisschool “Maerten van der Velde”. Het klooster werd omgebouwd tot dorpshuis, een onderkomen voor verenigingen, de crèche, de bejaardensociëteit en de dorpsraad.

Dat uiteindelijke de naam ‘Maerten van der Velde’ werd gekozen voor deze school is niet zo verwonderlijk als men bedenkt dat deze Stompwijkse pastoor, die hier van 1635 tot 1639 zijn pastoraat uitoefende, het slachtoffer werd van een gruwelijke aanslag op zijn leven.

Pastoor Maerten van der Velde was vanaf 10 december 1635 pastoor van Stompwijk. Van hem wordt verhaald dat hij zich door zijn vurigheid en apostolische ijver gehaat maakte bij allen die ‘de nieuwe religie‘ predikten. Toen in Middelburg bij Reeuwijk de eigen pastoor door de Hervormers was verdreven betrad pastoor Van der Velde op 6 maart 1639, op Vastenavond, het altaar om er voor de verlaten gelovigen het H. Misoffer op te dragen.

Nauwelijks met de Eucharistieviering begonnen werd hij overvallen door schout Nicolaas Vermeiden en zijn ‘rakkers’, waarbij hem met een zwaard een slag op het hoofd werd toegebracht. Nog gekleed in zijn misgewaden werd pastoor Maerten naar Gouda versleept en vervolgens in Den Haag gevangen gezet en gevonnist.

Zijn ouders zagen kans hem vrij te kopen, maar de hem toegebrachte verwondingen werden hem fataal. Op 6 april 1639 overleed hij aan zijn wonden “als een Christi zalig Martelaar”. Hij werd begraven in de St. Pieterskerk te Leiden. Ook de begrafenisstoet werd niet ongemoeid gelaten want: “Hij wert begraven, doch alsoo, dat veele van de toesienders ende omstanders t’lijck schandelijck beiouden, ende met veel schimpige scheldwoorden onteerden.”

Bron