Sophia-bewaarschool

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Sophia-Bewaarschool: Een bewaarschool in een wit paleisje

Het Huys ten Dom, gelegen aan het einde van de Herenstraat, heeft een lange voorgeschiedenis gekend. Het behoorde, met een vermelding in 1485, tot de oudste huizen van Voorburg. Begin 1500 droeg het de naam 'Jacob Backers Woninghe'. De erbij behorende grond omvatte de gehele zuidzijde van het Oosteinde langs de Vliet tot aan de Wyckerbrug. Het huis werd vooral bekend door Jacob van den Eynde, een 16e-eeuwse bewoner die tragisch aan zijn einde kwam. In januari 1568 werd deze Jacob door de beruchte 'Bloedraad' te Brussel gevangen gezet, uiteraard op beschuldiging van ketterij. Hij werd uiteindelijk door de rechters volledig vrijgesproken maar was inmiddels in het gevang door alle spanningen overleden. Vele adellijke families hebben het huis in bezit gehad, zoals Van der Mijle, Van den Boetselaer en Van der Noot. De laatste eigenaar van dit gerenommeerde huis was het Voorburgse raadslid mr. Alex Antonius Josephus Meylink. Na zijn vertrek werd het buitenhuis afgebroken. De grond die aan de oostkant grensde aan Vreugd en Rust, werd omstreeks 1851 verkocht aan de eigenaar van deze belendende buitenplaats, de grootgrondbezitter mr. Marie Aert Frederik Henri Hoffmann. Deze had Vreugd en Rust verworven door zijn huwelijk met Cornelia Adriana Groen van Prinsterer, die op haar beurt in 1837 het buiten van haar vader had geërfd. Mr. Marie Hofmann had bijzondere plannen met de grond van het voormalige Ten Dom.
Collectie Duijvestein, De oprigting der BEWAARSCHOOL te VOORBURG (Vreugd en Rust), Lithografie in kleur, afgedrukt op chinees papier, drukkerij E. Spanier, 1854, 9 x 13 cm

Hij wilde er de eerste kleuterschool van Nederland bouwen. Op 6 juli 1853 werd de eerste steen gelegd door niemand minder dan koningin Sophie, de echtgenote van koning Willem III. De Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef er uitvoerig over. 'Ten twee ure reed H.M. de Koningin, vergezeld van eene hofdame, door Voorburg naar Vreugd en Rust, alwaar H.M. enige tijd vertoefde. Van daar wandelde H.M. met den Eigenaar van het nieuwe gebouw en zijne familie naar het terrein. […] Het werkvolk bevond zich op het terrein, hetwelk met vlaggen versierd en met groen omkranst, een regt feestelijk aanzien had. Door acht meisjes van de Bewaarschool werd het pad van H.M. bestrooid, hetgeen naar eene tent leidde, waarin H.M. plaats nam. De kinderen hieven, met begeleiding der piano, het Volkslied aan. Acht knaapjes verlieten daarop hunne zitplaatsen; vier hunner droegen een rood fluweelen kussen, waarop het zilveren truweel lag; de vier overigen belastten zich met het verdere zilveren metsel-gereedschap. Eene bloemen-piramide wees de plaats aan, waar de steen zou worden gelegd; weldra werd deze bevestigd'. Aan het einde der plechtigheid zongen de kinderen nog alle zes coupletten van een lied, speciaal geschreven door gelegenheidsdichter Tollens. Het voorlaatste couplet luidde als volgt:

Daar ligt de steen, 't is de eerste steen; Ras zien wij 't gansch Gesticht volbouwen. Zendt, nijvre mannen, brave vrouwen! Zendt daar gerust uw kinderen heen. En goede leigeest roept hen in: 't Is menschenliefde en kindermin.

Collectie Duijvestein, DE BEWAARSCHOOL AAN DE DORPSZIJDE, Lithografie in kleur, afgedrukt op chinees papier, drukkerij E. Spanier, 1854, 13 x 19,5 cm

Na de plechtigheid wandelde Hare Majesteit, onder het zingen van het volkslied door de werklieden, weer terug naar Vreugd en Rust, waar zij geruime tijd rondwandelde. De bouw vorderde voorspoedig. Op 24 mei 1854 vond de plechtige inwijding plaats, weer in het bijzijn van koningin Sophie, naar wie de school werd vernoemd. Ook voor deze gelegenheid had Tollens zijn dichtpen geroerd en vijf coupletten bijeen gerijmeld. Wel telde ieder couplet ditmaal acht regels in plaats van zes. Weer waren het de kinderen zelf die alle regels uit volle borst aanhieven. Het eerste couplet telde vele uitroeptekens van verrassing:

De dag brak aan, het feest is daar! Het nieuw Gesticht werd ons ontsloten! Wij traden binnen, paar aan paar, Wij blijde leer- en speelgenooten. Wat is 't hier ruim! wat is 't hier schoon! Wie onzer dorst zoo veel verwachten? Dat God de milde gevers loon, Die hier de jeugd zoo rijk bedachten.

Bij de opening hield de bekende Voorburgse kanselredenaar dominee J.J. van Oosterzee een lange toespraak. Tegen de ouders zei hij:

'Hier zullen uwe kinderen, terwijl gij aan den arbeid zijt; zorgvuldig worden bewaard en gadegeslagen; hier zal men hun naar hunne vatbaarheid, veel en vroeg van God en den Heer Jezus verhalen'. Ouders mochten echter niet denken dat zij hun verantwoordelijkheid nu geheel op de school konden afschuiven: 'Meent niet, dat gij uwe kinderen thans niet langer te bewaren hebt, omdat zij immers op de school reeds bewaard worden: bedenk veeleer, dat de school de huiselijke opvoeding niet vervangen, maar aanvullen moet'. Ook de hoofdonderwijzeres werd toegesproken: 'Wat gewigtige taak, die u aanvertrouwd werd! De vijf, zes eerste levensjaren van den mensch zijn voor zijne opvoeding ver de gewigtigste. Zij beslissen voor wat hij later zal worden […] en de schade aan de eerste ontwikkeling dezer jeugdige planten geleden, zij is nooit geheel te herstellen'. Dominee had ook nog een onderwijskundige tip: 'Het spelen moet leeren, het leeren moet spelen zijn […] spelen is de eerste poëzij van het leven'.
Collectie Duijvestein, DE BEWAARSCHOOL ACHTERZIJDE, Lithografie in kleur, afgedrukt op chinees papier, drukkerij E. Spanier 1854, 13 x 19,5 cm
De vorstin werd door Van Oosterzee evenmin vergeten: 'Geniet zelve, nog in den avond des levens, de stille voldoening […] en zij het u, te midden van alle zorgen en smarten, tot een blijde gedachte: Ik heb niet slechts den eersten steen mogen leggen, en de geheele voltooijing aanschouwen, maar ook de instandhouding helpen bevorderen van deezen schoonen tempel, aan menschenmin en kinderheil gewijd! En als eindelijk Uwe aardsche taak is volvoerd, moge dan […] menige kinderhand weenend onder uwe beeldtenis schrijven: Zij was ten zegen bij haar leven; zij wordt gezegend na haar dood'. Na deze ontroerende woorden van de predikant zou het overigens nog 23 jaar duren voordat 'de aardsche taak' van de 36-jarige Sophie 'volvoerd' zou zijn. Ook ditmaal bracht de Nieuwe Rotterdamsche Courant een uitgebreid verslag van de gebeurtenis. In het bericht werd allereerst de 'indrukwekkende toespraak' van de predikant geroemd. Daarna volgde het verhaal over de smakelijke afloop. 'Nadat H.M. het doelmatig ingerigt en keurig versierd gebouw met veel belangstelling in oogenschouw had genomen en eenige oogenblikken het onderwijs der kleinen had bijgewoond, werden de kinderen in tegenwoordigheid van H.M. door de directrice aan eenen smaakvollen disch in de open lucht onthaald. Het heerlijke weder begunstigde de plegtigheid, die zigtbaar alle aanwezigen trof'. De in het krantenbericht genoemde directrice van de Bewaarschool was de dochter van de stichter, Jacqueline Adriane Henriette Hoffmann. In het jaar van de opening van de school huwde zij met Otto baron van Wassenaer Catwijck, die twee jaar later burgemeester van Voorburg werd. Van 'De Oprigting der Bewaarschool te Voorburg' werd een fraai geïllustreerd boekje uitgebracht met de krantenverslagen, de volledige rede van Van Oosterzee en de twee gedichten van Tollens.

Bron

Historische wandelingen in Voorburg en omgeving : Vorstelijke dieren en andere prentkunst / Kees van der Leer ; met medewerking van Gerard Duijvestein. - Zwollen : Waanders, 2001