Swaensteyn

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
Swaensteyn
Swaensteyn 145.jpg
Swaensteyn
Adres Herenstraat 72-74, Voorburg
Lokatie 52.067594,4.364342
Jaartal 1632 - 1787
Lees meer
Referentie Lees meer van de geschiedenis
Categorie Object
ELV logo logo rgb-001.png

Een herberg met vertier en doodslag

De bouwgeschiedenis van Swaensteyn is ingewikkeld en gaat verder terug dan het jaartal 1632, dat nog steeds in een gevelsteen vermeld staat. In de jaren daarvoor waren op deze plek aan de Herenstraat enkele oudere percelen bij elkaar gevoegd, waaronder een kelderkamer. Het geheel kwam vervolgens in handen van Nicolaas Verloo, de eigenaar van De Werve. Hij verbouwde zijn nieuwe bezit en bracht de bedoelde gevelsteen aan. In de eeuwen daarna zou Swaensteyn, oftwel De Swaen, een centrale plek innemen in het Voorburgse leven als logement en uitspanning voor zowel deftige als eenvoudige bewoners en vreemdelingen. Tegelijkertijd was het de vergaderplek van het dorpsbestuur, het rechthuis, later ook veilinghuis enzovoorts. Het was tevens de plaats waar de postkoets vertrok, zoals een oude afbeelding laat zien.

In 1773 werd het logement gekocht door Delftenaar Zeger van Steensel die samen met zijn echtgenote Johanna Maria Moeskop de herberg ging uitbaten. Een van hun trouwste bezoekers werd Paulus van Alckemade, een adellijke heer die in zijn eentje de buitenplaats Leeuwesteijn bewoonde. In de gelagkamer van De Swaen vond deze vrijgezel blijkbaar meer gezelligheid dan op zijn eenzame buiten. Dat hem tijdens zijn bezoeken waarschijnlijk meer warmte werd geboden dan die van de gelagkamer, werd al snel duidelijk na het overlijden van Paulus in 1787. Toen bleek dat hij zijn hele bezit, waaronder Leeuwesteijn en het familiegraf in de Oude kerk, testamentair had vermaakt aan Johanna Maria Moeskop, de kasteleinsvrouw uit De Swaen. Uiteraard roerden diverse Voorburgse zedenmeesters de bestraffende tong en gonsde het van de geruchten. Het echtpaar verkocht de herberg aan ene Dirk Brans en ging op Leeuwesteijn wonen. Toch verdween daarmee de familie Van Steensel niet uit de Voorburgse geschiedenis.

Eind 19e eeuw ontstonden er grote spanningen tussen de Oranjegetrouwe Hollanders en de anti-Oranjegezinde 'patriotten'. Zowel de nieuwe kastelein Brans als de familie Van Steensel behoorden tot de patriotten. Met name zoon Johannes van Steensel vervulde daarbij een prominente rol. Hij werd commandant van een militant Voorburgs exercitiegenootschap, het Vrijcorps 'Rust en vrijheid beschermen wij'. Uiteraard bleef het antwoord van de vele Voorburgse Oranjegezinden niet uit. Zij verenigden zich in een 'Oranjecorps' onder de nog veel langere spreuk 'Een burgerzin met trouw gepaard, geeft zegen, vrede op dees aard'.

Op 8 oktober 1787 kwamen de spanningen tot een uitbarsting. Vijf Oranjeklanten kwamen uit Den Haag om de Voorburgse patriotten een lesje te leren. Zij verzamelden zich in de gelagkamer van De Swaen, dat bekend stond als patriottisch bolwerk, teneinde een provocerende dronk uit te brengen op Oranje. Kastelein Brans had zich wijselijk teruggetrokken en de bediening overgelaten aan zijn knecht. Daarbij ontstond een situatie met dodelijke afloop. Een ooggetuigenverslag met een levendige afbeelding van dit 'oproer te Voorburg' werd in 1793 gepubliceerd door uitgever Johannes Allard. Het verhaal staat in het twintigste deel van zijn 'Geschiedenissen der Vereenigde Nederlanden voor de vaderlandsche jeugd': 'De voornoemde vijf Personen, welken sterke Aanhangers van het Oranje Huis waren, dronken welhaast [...] het welvaaren van het Vorstelyk Huis, en nodigden den gemelden Knecht, op een sarrende wyze, om mede te doen, deezen wees zulks egter af, waar op de anderen hem hier toe wilden noodzaaken, het welk de Knecht zo kwaadaartig maakte dat hy, zyne driften thans geen meester meer zynde, onder het Hoezee, 't welk gemelde Prinsgezinden uitgalmden, zyn Mes trok, en een der vyf Personen, met het zelve zo wel trof, dat deeze oogenbliklyk aan zyne Wonde overleed. Vervolgens kwetste de Knecht nog twee anderen, waar op de overigen de vlucht namen, zo als ook de Knecht mede niet lang in het Huis bleef. Dit Moordtoneel gaf egter welhaast aanleiding tot woede en geweld. Het Gemeen [gepeupel] kwam op de been, en plunderde niet alleen het voornoemde Rechthuis, maar ook nog wel vyftien andere Huizen van bekende Patriotten, en onder anderen ook de fraaye Buitenplaats, van [...] de Heer Bogaard van Rotterdam'. Met laatstgenoemde buitenplaats werd Hofwijck bedoeld. Na de plundering hield eigenaar Bogaard het in Voorburg voor gezien. Enkele maanden later deed hij Hofwijck van de hand. Enige tijd daarna volgde een andere patriot, Wijbo Fijnje, die zijn buiten Vlietenburg verkocht en eveneens vertrok. Dat de ooggetuige van het 'oproer te Voorburg' een patriottische gezindheid had, bleek uit zijn verzuchting aan het einde van dit relaas: 'Het is toch te bejammeren dat de onnozelen [onschuldigen] altyd het gelag moeten betaalen'. Dat de knecht van De Swaen werd opgepakt en veroordeeld tot de dood op het schavot, bleef in het ooggetuigenverslag onvermeld.

Bron

Historische wandelingen in Voorburg en omgeving : Vorstelijke dieren en andere prentkunst / Kees van der Leer ; met medewerking van Gerard Duijvestein. - Zwollen : Waanders, 2001