Trekvliet

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

De Trekvliet

Een processie als boetedoening

De oude Dennenweg, die vanuit Den Haag naar kasteel De Binckhorst bij Voorburg liep, was misschien wel 'zo oud als de weg naar Kralingen'. Dat niet deze, maar wel die Rotterdamse weg in het spreekwoord werd opgenomen, kwam wellicht door de 14e-eeuwse draaiboom waarmee de Dennenweg mocht worden afgesloten door de eigenaar van De Binckhorst. Zodoende was die Dennenweg niet voor iedereen toegankelijk. Sowieso was het in de middeleeuwen en de eerste eeuwen daarna, met de landwegen slecht gesteld. Vanuit Den Haag voerde in die tijd ook nog een smalle, tolvrije weg langs de vaart richting De Binckhorst en verder. Omdat deze weg 'gratis' was, heette dit het 'Geldeloze Pad'.
Collectie Duijvestein 's Gravenhaage, Ets van A.C. Brouwer naar een tekening van Maas van Altena (2e helft van de 18e eeuw), Uit: De Nederlandsche Stad- en Dorp-beschrijver, L. Van Ollefen (1740-1816), 1793, 7,8 x 9,8 cm
Een andere route liep naar Rijswijk en via de omstreeks 1345 aangelegde Geestbrug naar Voorburg. Erg comfortabel waren die wegen niet, integendeel. Meestal was de klacht dat de wegen moeilijk begaanbaar waren door oneffenheden en mulheid. Toen graaf Aelbrecht van Beyeren in 1360 zijn echtgenote naar Den Haag liet overkomen, zaten er bij Rijswijk zulke diepe kuilen in de weg, dat die eerst moesten worden opgevuld. Dit laatste deed men simpelweg met mest. De entree van de grafelijke gade was hierdoor wellicht minder welriekend en aangenaam dan zij zich had voorgesteld. In de winter waren de problemen door de drassigheid van de weg nog groter. Geen wonder dat lange tijd de voorkeur uitging naar het vervoer over water. In 1344 was hiervoor een goede mogelijkheid ontstaan. De oude Vroensloot aan de westkant van Voorburg werd uitgegraven en gekanaliseerd tot de Haagse Vaart. Deze vormde een uitstekende verbinding vanuit Den Haag met de Vliet naar Delft en Leiden. Denkend aan al die trekschuiten, die over de Haagse Vaart naar de Delftse of Leidse Vliet werden voortgetrokken, werd deze vaart later de Trekvliet genoemd. Ongetwijfeld heeft dit water met zijn transportcomfort veel deftige stedelingen er toe verleid een buitenplaats aan te leggen langs een van de drie Vlieten rondom Den Haag. Eeuwenlang vormde de Trekvliet met de andere waterwegen een paradijselijk decor voor wandelaars, reizigers en kunstenaars. Tekenaars en schilders maakten hier hun idyllische afbeeldingen vol landelijke genoegens en rust van weleer. Toch deden zich ook hier problemen voor. Met name het op goede diepte houden van de vaarwegen was vanaf het begin een aanhoudende zorg. Een enkele keer pleegde een omwonende een wandaad jegens de Vliet. Zo verstoutte Neel Loes uit Voorburg zich zand in de Trekvliet te werpen. Op deze misdaad volgde een zware straf. Neel werd in 1537 veroordeeld tot een geldboete en een taak-straf: zes dagen lang, zonder loon, meehelpen bij het uitdiepen van de plek waar het zand in het water was gegooid. Bovendien moest Neel, als afschrikwekkend voorbeeld, meelopen in de Voorburgse processie, barrevoets, met een mand zand op de schouders en een brandende kaars in de hand. De boetetocht heeft echter verdere moeilijkheden niet voorkomen. In 1556 dienden de Delftse burgemeesters een klacht in bij de dijkgraaf over de Voorburgse ambachtsbewaarders. Die hadden hun plicht verzaakt waardoor de Vliet bij Voorburg zo ondiep was geworden dat zelfs een lege schuit er niet meer doorheen kon. De Voorburgers verweerden zich met de mededeling dat de ondiepte vooral door de droogte kwam en dat de diepte nog voldoende was voor de waterlozing. Deze argumenten maakten echter geen indruk. De ambachtsbewaarders werden veroordeeld om binnen een maand de Vliet terug te brengen op de oorspronkelijke diepte 'tot opten ouden bodem in de wijte van XVIII voeten schuyns nedergaende'. Omstreeks 1561 waren er soortgelijke problemen bij de Vliet tussen Delft en de Nieuwe Tolbrug bij Burgvliet. Hier beriepen de onderhoudsplichtigen zich op het probleem 'datter geen arbeijders te gecrijgen en zijn, overmits 't delven van de turff, 't mayen van 't hoij ende anders'. Ook deze uitvluchten hielpen niet. Met man en macht moesten zij alsnog de Vliet 'diepen ende uytschieten'.

Afbeeldingen Trekvliet

Duijvestein collectie 'S GRAVENHAGE, Lithografie van Jan Weissenbruch (Den Haag, 18-3-1822/Den Haag, 15-2-1880) Steendrukkerij C.W. Mieling, Premie plaat van het Hollandsche Schilder- en Letterkundig Album, 1848, 29 x 44 cm
Collectie Duijvestein De Stad 's Gravenhage, op de helft der 17e eeuw, door K. Karsen en C. Springer, Houtgravure van W.H. Stam (Den Haag, 29-6-1831/Den Haag, 3-1-1874) (naam Stam staat linksonder op gravure vermeld) Naar K.Karsen en C. Springer
Collectie Duijvestein Entrance to the Hague from Delft, Ets/Aquatint, Uit: A picturesque tour through Holland, Brabant and part of France, by Samuel Ireland, Londen, 1790, deel 1, tegenover pagina 65, 12 x 17 cm
Collectie Duijvestein, Haag, (Staalgravure van J. Poppel, Uitgegeven door Kunst Verlag W. Creuzbauer in Karlsruhe, 1834, 10 x 14 cm
Collectie Duijvestein 889. Haag, Lithografie gedrukt bij Carl Hellfahrth's Steindruckerei in Gotha, Uit: Neue Bildergalerie für die Jugend, band VIII, 1835, 14 x 17 cm
Collectie Duijvestein DE VAART TUSSEN DEN HAAG EN DE GEESTBRUG, Houtgravure van W.H. Stam (Den Haag, 29-6-1831/Den Haag, 3-1-1874), Naar een tekening van H. Weissenbruch (Den Haag, 19-6-1824/Den Haag, 24-3-1903), Uit: Nederlandsch Magazijn, 1862, pagina
Collectie Duijvestein LA HAYE: VUE PRISE DE LA ROUTE DE VOORBURG, Lithografie van M. Lalanne, Uit: La Hollande a vol d'oiseau door H. Havard, Uitgevers G. Decuax en A. Quantin, Parijs, 1881, pagina 265, 7 x 11 cm

Bron

Historische wandelingen in Voorburg en omgeving : Vorstelijke dieren en andere prentkunst / Kees van der Leer ; met medewerking van Gerard Duijvestein. - Zwolle : Waanders, 2001