Van notariszoon tot molenaar: Jan Anthony Prijn

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Talrijk zijn de verwijzingen naar de persoon Jan Anthony Prijn (Utrecht 1757 - Veur 1801), ‘woonende aan den Leydschendam onder Veur’. Niet zozeer als koopman in houtwaren, koopman in hout of houtkoper en –zager, doch veel meer als echtgenoot en actief patriot. Jan Anthony Prijn lijkt echter op jonge leeftijd voorbestemd om – eenmaal volwassen – de notarispraktijk van zijn vader over te zullen nemen.

Notariszoon Jan Anthony Prijn

Zijn ouders, notaris Everardus Prijn en Anna Breur wonen in Utrecht waar Jan Anthonij wordt gedoopt in de Geertekerk op 6 februari 1757. Everardus overlijdt op 23 november 1764. Afgaande op de vele akten in het Archief van Utrecht mag geconcludeerd worden dat hij een drukke notarispraktijk moet hebben gehad. Ook is hij schout en gadermeester van Breudijk, Geverskop en de Ravenswaay Gerechten. Nog tot enkele dagen voor zijn overlijden passeert hij op zijn kantoor aan de Oude Gracht bij de Bakkersbrug de stukken. Zijn onverwachte overlijden dwingt moeder Anna Breur snel maatregelen te nemen voor de voortgang van de werkzaamheden in de notarispraktijk. Op 28 december 1764 laat Anna Breur, voogdes van Jan, vastleggen dat makelaar Willem Schintzel de interessen voor haar zoon mag waarnemen en representeren. Zij benoemt hem om tijdelijk de werkzaamheden als schout, gadermeester en secretaris van Breudijk, Geverskop en de Ravenswaay Gerechten op zich te nemen. Na ‘behoorlijk in de eed genomen te zijn’ mag hij optreden als schout, met buurmeesteren en schepenen rechtdagen houden, schouwerijen doen en alle daaruit voortvloeiende handelingen en inning van gelden verrichten. Schintzel is verplicht op vermaan van Anna Breur behoorlijke opening te doen van de rekening en verantwoording van de gaderingen en betalingen. Waarschijnlijk is Jan Anthony Prijn deze functie als opvolger van zijn vader toebedacht. Hij is dan nog minderjarig (jonger dan 25 jaar), zijn moeder is vermoedelijk niet in staat of gerechtigd deze functie uit te uitoefenen.

Leerling bij zijn oom, notaris Van Schalkwijk a Velde

In 1766 hertrouwt Anna met notaris Gerrit Heyveld; deze neemt dan de werkzaamheden van Schintzel over. Later dat jaar geeft Anna Breur opdracht aan Heyveld om Willem Schintzel voor de waarneming van het schout-, gadermeester- en secretarisambt te bedanken en herroept haar besluit uit 1764. De taken worden door Heyveld overgenomen als waarnemer van haar zoon Jan Anthony. Hij moet alles doen en verrichten wat haar zoon te eniger tijd zou kunnen, mogen en behoren te doen. Van april 1771 tot eind februari 1772 komen we Jan Prijn tegen als getuige bij het passeren van akten ten kantore van Schalkwijk a Velde. Deze Huijbert Nicolaas van Schalkwijk a Velde (1735 -1812) is notaris en makelaar in Utrecht. Hij is getrouwd met Maria Breur, een zuster van Anna Breur. Schalkwijk is onder andere voor zijn cliënten ten kantore van Notaris Van der Pant, schout en gadermeester van Bunnik en Vecht en notaris in Kamerik en Utrecht. Daarbij zijn makelaar de Graaf en de jonge Jan Anthony Prijn aanwezig en ondertekenen de akten als getuigen. Op 18 december 1771 is Schalkwijk bij notaris Versteeg voor het transport van een hofstede en landerijen; en diezelfde dag bij Van der Pant betreffende overdracht van onroerend goed. Steeds is Prijn - ook ten kantore van Van Schalkwijk - als getuige aanwezig bij het passeren van akten. Daaruit mogen we afleiden dat Prijn in dienst of als leerling werkzaam is geweest bij Van Schalkwijk om het notarisvak te leren en ervaring op te doen om later de praktijk van zijn vader over te kunnen nemen.

Leerling in de affairs bij de houtkoperij in Veur

Na februari 1772 moet de jonge Prijn naar Veur zijn vertrokken. Kennelijk is het notariaat niet geschikt voor hem; bovendien heeft zijn stiefvader Gerrit Heyveld de notariswerkzaamheden overgenomen. Hij komt dan in de houtkoperij van Arnoldus Theodorus Zoodaar te werken als ‘leerling in de affairs’. Aangenomen mag worden dat hij in Veur terecht is gekomen met hulp van zijn moeder Anna Breur en waarschijnlijk ook door toedoen van zijn grootvader, de Delftse houtkoper Jan Breur. In ieder geval ruim voor 1778, want in dat jaar trouwt hij in Veur met Stephana, de dochter van Zoodaar, sinds 1769 eigenaar van de molens.