Voorburghs Korte Gedenkzuil

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
Voorpagina

Voorburghs Korte Gedenkzuil

De 'gedenkzuil' is een boekje uit 1787 dat als een politiek pamflet werd geschreven door Cornelis Siliakus. Zoals in de titel wordt genoemd: Voorburghs Korte Gedenkzuil wegens de aldaar opgerichte Opregte Vaderlandse Societeit ten platten lande, den eersten Maart 1787 geschreven door C, Siliakus . Het werk was opgedragen aan de Schout van Voorburg, Herman Johan van Roijen. Het boekje beschrijft de geschiedenis van Voorburg vanaf de Romeinen tot aan de jaren van de ruzies tussen de Patriotten en de Orangisten. Van laatste groep maakte de schrijver deel uit. Het boekje beschrijft de verschillende buitenplaatsen en de gebeurtenissen in de omgeving. Een van die gebeurtenissen is het uit naam van de burgerij aanbieden door schout van Roijen van een keurlijk vaandel aan de Nagtwagt door voorsz. Burgery. Het Vaandel van de Schutterij van Voorburg.


Heroprichting Voorburgse Schutterij, oktober1787

Aan de regter of Zuidzyden der Kerk voor aan de Hoofdstraat (Herenstraat) heeft men de Biljetpaal (voor officiële mededelingen). Naast het zelve heeft men het Wagthuisje der Klapperlieden (Klapwachten), in den voorgaande Jaaren aldaar nieuw gestelt, om reeden het oude Wagthuis, nu door de Burgery tot een Wagtplaats werd gebruikt. Aan de linker of Oostzyden van het Godshuis, vind men de zoo evengenoemde Wagtplaats; het welk met eenige verandering, en een weinig vergrooting, door de Burgery thans werd gebruikt; hebbende dezelve Burgery, na de bekende Omwenteling alhier een aanvang genomen welke Nagtwagt voor dien tyd van den eerste november, tot ultimo Maart wierd waargenoomen, van de gansche Burgerstaat van Voorburg, trekkende des nagts 4 Man, welke in de Wagt een Portepée (sabelkoppel) en Zydgeweer (sabel) voor ieder, en een Korporaal, welke een Hellebaard aldaar vond, ter Nagtwagt. Thans werd deeze Nagtwagt door voorsz. Burgery, en eenige uit de Burgerstaat, welke hun bij de Burgery met Jaarlyks eenig geaccordeerd Geld op te brengen, in de Burger Krygskas niet hebbe uitgekogt, waargenomen; welke Burgery zeer Frappand in de Exercitie en netheid in Kleeding, voor weinige Burgeryen in Steden behoeft te wyken, zynde thans uit dezelve een Brandwagt van 8 Man, en een Commandant geformeerd, welke geduurende onverhoopte Brand, onder de ordres van de Wel Ed. Achtb. Geregte alhier zullen moeten staan, en dezelve observeeren; zynde dezelve Burgery met een keurlijk Vaandel beschonken, door den Heere Schout, Collonel dezer Burgery; het zelve Vaandel pronkt op deszelfs witte grond, aan de eene zyde met het Wapen van Zyne Doorluchtige Hoogheid, en deszelfs Koninglijke Gemalinne; en aan de andere zyden met dat van DELFT en VOORBRUG, rykelyk en zwaar met Goud en Zilver verguld, en geschilderd door den Schilder C. Munts, (Cornelis Munts).  

De Schutters

De hooge en laage Officieren voor 't tegenwoordige zyn:

Collonel, de Heer en Mr. Schout, H.J. van Rooijen,

Luitenant Collonel Frederik van Ruiven,

Kapiteins, Jacobus van Dort, Willem Nieuwenhuizen, Pieter van Santen, Johannes Donker

Luitenants: Hendrik Egli, Barend van der Heiden, Cornelis Munts, Arie Hakman, Fr.Schombart, Leendert Dekker.

Vaandrig Adjudants: Bernardus van Ruiven, Johannes Renaud.

De Bestuurders

Heeren Scheepenen, Cornelis van Schagen, Preside(ent), Matthys van Tol, Vice President, Johannes Donker, Cornelis Munts., Ewout van Santen, Wouter van den Ende, Frederik Stalb .

En fungeerd als Secretaris, de Heer Melchior Bor.

Gerecht-booden, Johannes Smits Senior.

Bron

Siliakus, C, Voorburghs Korte Gedenkzuil, 1787, C., 112 pp, J.P. Kraefft, Rotterdam, 1789 , pp. 36-37, tekst integraal opgenomen in Catalogus van de Pamfletten-verzameling berustende in de Koninklijke Bibliotheek (collectie-Knuttel 1486-1853), no. 21889, KB, Den Haag.

Oranjefeesten in Voorburg

Als de Stadhouder in Voorburg kwam liepen de Oranjeklanten te hoop om hem te zien. op 20 september 1787 komt stadhouder Willem V zonder zijn vrouw weer naar Den Haag. In Voorburg werd het dorp versierd, maar de stadhouder nam een andere weg. Op 24 september ging de stadhouder zijn vrouw Wilhelmina tegemoet en toen kwam de stoet wel door Voorburg. Uit de beschrijving van het vaandel kan blijken dat het hier niet het vaandel uit het Stadsmuseum Leidschendam-Voorburg betreft. Siliakus beschrijft de komst van het prinselijk paar als volgt:

24 september 1787

's Morgens by den doortrekking over het Dorp hadde wij ( Leden van de Voorburgse 'Opregte Vaderlandsche Societeit' ) weder het geluk Nêerlands Vorsten ten twede maale te mogen aanschouwen welke zijn Ega, Nêerlands tweede Debora, tegemoet reed en ging afhalen, dadelijk herstelden wy ons in eene linie, lieten het Geweer presenteeren, de Fluit en Trommel roeren, Salueerde, en streek een Oranje, Blanje Bleu Vaandel voor den Vorst, eenige Vrouwen en Vrysters, Zijn Hoogheid met Bloemen willende strooijen, antwoorde Zyn Hoogheid, bewaard dezelve, straks komt de Princes.

Vervolgens werden de Leeden aan wederzyden der straat in twee gelederen gesteld, in de midde een opening, aan wederzyde gelaten werdende, in de eene opening 't Vaandel, Tambours en Pypers, aan de andere zyde, voor 't Societeits Huis, de twee Canonstukjes geplaatst. Terwyl ik, met eenige Manschappen, Tamboer en Pyper aan 't Oosteinde, een eindweegs buiten het Dorp, ter afwagting van Haare Hoogheid, my zelve aldaar posteerde, en na een weinig tyds daar gestaan te hebben, hadden wy het geluk te verneemen, de aannadering van 't Doorluchtig en Koninglijk Paar. Wij begaave ons ten dien einde na 't Dorp, posteerde ons by de aankomst voor 't Rytuig, daar Haare Kon. Hoogh. in was gezeeten, en begelyden de stoet met slaande Trom, en Fluit, tot aan de Societeit, rangeerende ons gezwind meede in twee ryen, presenteerde het Geweer, zoo als de andere by onze aankomst reeds stonde, daar de Vorstelyke Stoet, onder het slaan der Trommel , en 't stryken van 't Vaandel door passeerde. ...

8 maart 1788

Omdat de komst in Voorburg (wellicht op doortocht naar Den Haag) van de Stadhouder en zijn gemalin was aangekondigd en omdat de Prins die dag jarig was werd het dorp versierd en kwamen de schutters in aktie, zoals in de Gedenkzuil is te lezen:

Vervolgens werden de Leeden aan wederzyden der straat in twee gelederen gesteld, in de midde een opening, aan wederzyde gelaten werdende, in de eene opening 't Vaandel, Tambours en Pypers, aan de andere zyde, voor 't Societeits Huis, de twee Canonstukjes geplaatst. Terwyl ik, met eenige Manschappen, Tamboer en Pyper aan 't Oosteinde, een eindweegs buiten het Dorp, ter afwagting van Haare Hoogheid, my zelve aldaar posteerde, en na een weinig tyds daar gestaan te hebben, hadden wy het geluk te verneemen, de aannadering van 't Doorluchtig en Koninglijk Paar. Wij begaave ons ten dien einde na 't Dorp, posteerde ons by de aankomst voor 't Rytuig, daar Haare Kon. Hoogh. in was gezeeten, en begelyden de stoet met slaande Trom, en Fluit, tot aan de Societeit, rangeerende ons gezwind meede in twee ryen, presenteerde het Geweer, zoo als de andere by onze aankomst reeds stonde, daar de Vorstelyke Stoet, onder het slaan der Trommel , en 't stryken van 't Vaandel door passeerde. ...


Siliakus beschrijft de versieringen in het dorp zo:

Voor de Societeit was een Arche Triomphale (ereboog) opgerigt, pronkende met een verlicht Chassinet, waarop de vliegende Faam, (Fama) vasthoudende de Wapens van Haare Doorl. en Koningl. Hoogheedens, waarboven een verligte Naalde, verbeeldende een door de Zon bestralende Orange-Boom; verder was dezelfve, ter wederzyde in Potten staande, met twee bloeijende Orange Bomen versiert, en boven de ingang of opening leesde men de twee volgende Digtregelen: God zy gedankt en hoog geëerd, De Prins Verjaard, en Triumpheerd!

Ook zag men omtrent in het midden van het Dorp, vlak tegen over het Regthuis, eene groote fraaye Eerpoort, ter breedte van 28 voeten, zynde de geheele Hoofdstraat, welke gesteld uit uit de vrywillige vreugde gaven van Voorburgs Inwoonders, welke als daar instantelijk toe verzogt zynde, het dan om de liefde voor Neêrlands Vorst aan den dag te leggen, zig niet hadde willen excuseeren. Om dezelve vreugde giften vrywillig in te zamelen, zyn geweest de Heeren Pr. A. van Setten, C. Munts. H. de Gruyter.

Dit Gebouw had de hoogte van 35 en ½ voet en was volgens de Toskaansche Order (Toscaanse orde) ingerigt, was voorzien met een groote Middelboog of doorgang der Rytuigen, waar nevens twee lage Zyboogen, of doorgangen waaren. Verder was dezelve versiert met Pylasters en lystwerken, en uitgewerkte Vaazen boven dezelve; het boven gedeelte was gedekt met een Frontespies, waarop geplaatst was een geschilderde en verlichte Eerzuil, als meede boven de groote Middelboog, met dubbelde Sachinetten, waarop de Waapens van Hunne Doorl. en Koningl. Hoogheden, en verdere Bywerk geschildert waare, gelyk ook boven de kleinder Zyboogen, dubbelde Sachinetten, waarop de Waapens der Stad Delft en Voorburg geplaatst waare, staande met Latynsche Letteren in het vries boove lyst, de volgende Latynsche Zinspreuk:

Tandem bona causa Triumphat, dat is: Eindelijk (tenslotte) overwint de goede Zaak.

Deus Nobis haec tempora fecit, dat is: God heeft ons deeze tyden gemaakt.

Patribus Patriae Defer Honorem, dat is: Eert de Overheid (brengt eer aan de hoeders des Vaderlands ).

Pax Optima Rerum, dat is: de Vreeden is het best.

Onder de bovenste erezuil stond de tekst:

Post Nubila Phoebus, dat is: na regen (komt) zonneschijn.

De Eerpoort was verlicht met 564 gecouleurde Glazen.


Terug: Vaandel van de Schutterij van Voorburg

Bron

Siliakus, Voorburghs Korte Gedenkzuil, 1787, p. 37, uitg. J.P. Kraefft, Rotterdam, 1789.