Voorburgsche Buitenplaatsen

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
DeWerve2k.jpg
De Werve 1729

Citaat uit: A. W. de Vink, Voorburgsche Buitenplaatsen, Die Haghe, bijdragen en mededelingen 1903, blz. 261 e.v.

VOORBURGSCHE BUITENPLAATSEN

“Tout passé, tout cassé”

In den gouden eeuw van ons Gemeenebest strekten zich in het dorp Voorburg tal van “vermaeckelijcke” lusthoven langs den Vliet en rechts en links van den statigen, breedbeschaduwden heerweg uit. Overal hadden zij langzamerhand de plaats ingenomen der voormalige weilanden. In den kom van het dorp verrezen fraaie huizen naar de “ordre dorica of jonica” opgetrokken. Een tijdperk van weelde was aan het woord, meest gevolg van de voordeelen die de O.- en W.-I.-Compagniën en de Levantsche handel aan hare deelhebbers afwierpen (De O. I. Compagnie keerde eenmaal 75 pCt. Uit en in dien tijd nimmer minder dan 12 à 20 pCt.).

Voor Voorburg was het een ware bouwperiode en de meeste huizen stammen uit dien tijd. Bij de rijke patriciërs en regenten was het mode geworden zich een of ander lustslot te stichten, fraai met lofwerk, met hunne fonteinen en standbeelden, met hunne oranjeriën en plantagiën, naar den franschen smaak aangelegd met hulst- en doornheggen, overdekte looflanen en doolhoven, geschoren heggen met kijkgaten en “constige” zonnewijzers. Niet minder kosten werd aan de inwendige inrichting besteed, rijk gebeeldhouwde schouwen en spiegels van Venetiaansch glas; de wanden der statievertrekken behangen met goudleder of fraaie tapijten.

De voortreffelijke ligging aan den eenigen bevaarbaren stroom, die toevoer van uit nabijgelegen plaatsen naar ’s-Gravenhage mogelijk maakte en de onmiddelijke nabijheid van dit vorstelijk verblijf, hetwelk met speeljacht of per karos gemakkelijk kon worden bereikt, was wel de voornaamste aanleiding, waarom zoo vele historische personen Voorburg tot een tijdelijk verblijf uitkozen, althans er grondbezit hadden, waartoe de bekoorlijke omstreken zeker hebben bijgedragen.

Toch duurde de glorie der lustverblijven niet lang. De nadeelige gevolgen der aanhoudende buitenlandsche oorlogen, gevoegd bij binnenlandsche onlusten, deden hunnen invloed gevoelen. De achteruitgang der O. I. Compagnie, die met verval van onzen handel gelijken tred hield en de steeds stijgende belastingen, ter bestrijding van de kosten der successieoorlogen geheven, deden menig eigenaar besluiten zich van zijn bezit te ontdoen, wat veelal met verlies gepaard ging. Sommige waren bovendien zwaar getroffen door de onmacht hunner pachters, ontstaan door de veepest die met ongekende hevigheid in 1743 en van 1769-1775 den veestapel teisterde.

Getroffen in hunne inkomsten werd hoe langer hoe minder zorg aan het onderhoud van hunne goederen besteed. Bouwvallige huizen, vervallen woningen, noopten tot vervreemding of afbraak van het voorvaderlijk goed. Patriottentijd, Koninkrijk noch Keizerrijk bracht verbetering en hoewel in den loop der 19e eeuw veel werd hersteld en opnieuw aangelegd, de zucht tot reizen had de ware lust tot het stichten van buitenverblijven in den trant der vaderen doen wijken.

Aanzienlijke families kozen hunne “villa’s” niet meer in de omstreken der residentie, maar trokken naar het Geldersche of in den omtrek van Utrecht. En zoo roept hier en daar een vleugel van een half afgebroken hofstede, een ouden steenen paal met verroest ijzer krulwerk de herinnering wakker aan vervlogen tijden. Bij al het schoons hetwelk Voorburg, nog heden ten dage tot een der fraaiste Zuid-Hollandsche dorpen stempelt, is veel verdwenen wat zijn voormaligen luister uitmaakte.

De trapsgewijze aanwas der bevolking deed naar uitbreiding der bebouwde kom verlangen. Bouwspeculanten wierpen begeerige blikken op de vervallen plaatsen, en goedkope huizen in zachten metselsteen met slecht trasraam en doorslaande muren, verrezen op de plaats, waar eens onze rijke patriciërs in de 17e en 18e eeuw hun lusthof hadden.


Bron

  • A. W. de Vink, Voorburgsche Buitenplaatsen, Die Haghe, bijdragen en mededelingen 1903, blz. 261 e.v.