Vroeg bevolkingsonderzoek

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
Vroeg bevolkingsonderzoek
710 3 luuk greansjean.jpg
Vroeg bevolkingsonderzoek
Adres
Lokatie ,
Jaartal 1494 -
Lees meer
Referentie
Categorie Object
ELV logo logo rgb-001.png

De graaf van Holland liet in 1494 en 1514 de toestand van alle steden en dorpen in zijn gebied onderzoeken. De gegevens uit die enquête en ‘informacie’ of onderzoek had hij nodig voor belastingheffing. Meestal werden de pastoor als hoofd van de plaatselijke parochie, de schout (burgemeester) en ambachtsbewaarders om informatie gevraagd. Ze hadden ongetwijfeld de neiging om de toestand niet al te rooskleurig voor te stellen: dan moest immers meer belasting betaald worden. In het uitgebreide verslag uit 1514 staat dat Zoetermeer 58 huizen telde en Zegwaart 74. Maar Zoetermeer had maar liefst 30 huizen waarvan de inwoners leefden van ‘den heyligen geest’, ofwel van de kerkelijke bedeling (armenzorg). In Zegwaart gold dat voor 25 woningen. In Zoetermeer hielden de inwoners zich ’s zomers vooral bezig met turf delven. Als de turf gedroogd was, vervoerde men die in de winter per schip naar de markten in Leiden, Den Haag en Delft. Daarnaast hielden de mensen nog wat koeien. De afgelopen jaren hadden de bewoners veel last gehad van belastingen die bestemd waren voor oorlogen in de regio.

Ook in Zegwaart waren de bewoners vooral bezig met turf delven en in iets mindere mate met het weiden van koeien. Ze werkten lang en hard: ende doen grooten arbeyt smorgens vrouch ende savons laet om huere cost te winnen. Veel land was afgegraven voor de turfwinning. Het meeste daarvan kon niet meer bepoot worden of geschikt worden gemaakt voor enig gebruik. Behalve dat ook Zegwaart zuchtte onder de oorlogen, had het dorp veel last van muizen. Zoeterwoude, met daarbij het gebied van Wilsveen en Stompwijk, telde in 1514 80 huishoudens. De meeste mensen hielden zich bezig met akkerbouw en met het houden van koeien. In tegenstelling tot de bovenstaande plaatsen was een groot deel van de grond, twee derde deel, in handen van buitenstaanders waaronder Leidse kloosters.