Willem van t Veer

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken
Stammen worden vanuit De Goede Verwachting gelost bij de Molen (ca. 1955). Linksboven Willem van ’t Veer.

Willem van ‘t Veer (1944) was van 1960 tot 1970 werkzaam in de Houtzaagmolen en belast met allerhande werkzaamheden, zoals slijpen van de bandzagen. Ook was hij stoker, tot ca. 1965, toen is het ketelhuis in brand gevlogen. Zagen deed hij alleen met de kleine zaagramen.

Vrachtschip en woonboot

Zijn ouders en hij woonden in de woonark, gelegen voor de molen aan de Vliet. Zijn vader, Eimert van ’t Veer heeft er 28 jaar, tot aan de sluiting van het bedrijf van Koerts, begin jaren ’70 gewoond. Hij was eigenaar van een vrachtschip, waarmee stammen uit Amsterdam naar de molen werden vervoerd. De Goede Verwachting 1 - en later 2 - zijn rond 1926/1929 gebouwd op de werf van de Jong/Van Elk (?) in Leidschendam. Deze vrachtschepen hadden een kantelbare stuurhut, zodat men in Amsterdam ook zonder problemen onder de bruggen door kon varen.

De vaak zeer grote stammen werden bij aankomst bij de Molen vanaf het schip in het water gerold en met de pantserboot (penterbak) over de Vliet naar het balkengat gesleept. De penterbak had een wherry, zodat bomen uit het water omhoog getild konden worden.

Balkengat bij de Vliet

Ook kan hij zich nog een zeer grote stam, met een doorsnede van ongeveer 2,60 meter herinneren. Deze kon uiteraard niet door de zaagramen; het kostte de medewerkers zeker een halve dag om deze stam af te bikken en passend te maken.

Fijnhouthandel

Het bedrijf heette in die tijd Fijnhouthandel/zagerij J. Koerts NV (De Salamander). Bedrijfsleider was de heer Floor Boonstoppel, een neef van de vrouw van Koerts (mw. Koerts-Boonstoppel). Ook zoon Jan Koerts jr. was bedrijfsleider in die tijd. Van de oude J. Koerts Sr. weet van ’t Veer niet veel; die zag je nauwelijks. In de omgang met personeel was de leiding niet gemakkelijk: kwam je een paar minuten te laat dan kon je wegblijven, die dag verlof /geen loon. Willem van ‘t Veer had in die tijd met veel moeite met bonnen van zeep een klein radiootje bij elkaar gespaard; zo kon hij naar muziek luisteren en had hij wat afleiding tijdens eentonig werk: dat werd – eenmaal geconstateerd - zeer tot zijn teleurstelling ten strengste verboden.

V.l.n.r.: Villa Windlust, De Salamander, het balkengat met bruggetje, de woonboot en gedeeltelijk nog zichtbaar het witte huisje.

Er werd bijna uitsluitend in opdracht gezaagd; houtverkoop was er nauwelijks. De zagerij deed in die tijd hoofdzakelijk zaken met een aantal grote vaste klanten: klanten waren o.a. Staatsbosbeheer, scheepswerven en de Gemeente Leidschendam. Een goede klant was ook Dierentuin Wassenaar: jaarlijks moesten in de hokken van de dieren de planken – vergaan door de urine en de ontlasting - vervangen worden. In de jaren 60 is er ook nog een houtdrogerij gebouwd.


Raadsel opgelost?

In de molen zijn een paar oude borden aanwezig waarop enkele namen van personeel van de molen (o.a. vader Eimert en zoon Willem van ’t Veer) voorkomen. Steeds werd door de huidige molenraar Hans Brok en zijn mensen gedacht dat dit moest dienen als een of andere vorm van werkrooster, of mogelijk voor registratie van aan-en afwezigheid van personeel. Volgens van ‘t Veer ligt het totaal anders: er werden in zijn tijd door het personeel voorspelde uitslagen van voetbalwedstrijden op genoteerd!