Wilsveen

Uit Toen Leidschendam-Voorburg
Ga naar:navigatie, zoeken

Wilsveen

Wilsveen is een buurtschap in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het gebied bestond en bestaat uit een weg, die thans Wilsveenseweg wordt genoemd en loopt vanaf de Kostverlorenweg tot aan de grens met Zoetermeer. Een enkel ANWB-bordje in de buurt verwijst nog naar het oude buurtschap. Halverwege deze weg ligt nog een oud kerkhof, dat herinnert aan de glorietijd van weleer. Ofschoon er te Wilsveen nimmer wereldijke gebouwen hebben gestaan, stond er wel van ouds een kapelletje bij het huidige kerkhof. Een Mariakapel, die veel bezoekers trok tot zelfs na de Reformatie.

Wilsveen is eind jaren '60 overwogen als groeikern voor Den Haag. Uiteindelijk is toentertijd de keuze gevallen op Zoetermeer.

Geschiedenis

Mariakapel te Wilsveen, tekening van Jacob Elias la Fargue (1735 - na 1771)

De ouderdom van dit gehucht gaat terug tot de 13e eeuw. De naam wordt verklaard als een verbastering van Wildveen, veen in de wildernis, zoals het landschap er toen uitzag. Een andere naamsverklaring, die ook wordt gebezigd is dat het zou gaan om veen van ene Willem of Wil, wat dan Wilsveen werd genoemd. In 1280 spreekt men van Willaemsvene. Hoe de verklaring ook luidt, duidelijk blijkt uit de plaatsnaam de reden van het ontstaan van dit gehucht. Zoals in heel Zuid-Holland van de 13e eeuw ontstonden er plaatsen in de moerassige wildernis, waar veen werd gestoken. Dit veen, diende in de vorm van turf als brandstof om huizen en gebouwen te verwarmen. Vanaf de 15e eeuw komen er andere middelen van bestaan. Boerderijen verschijnen, waarbij de namen opvallend veel verwijzen naar Maria, wat alles te maken heeft met het bedevaartsoord.

Bedevaartsoord

Grote bekendheid ontleent het Wilsveen als Mariabedevaartsoord, dat het tot na de Reformatie is gebleven. Na de Omwenteling mochten er op last van de Staten van Holland geen bedevaarten meer worden gehouden. Dit besluit werd later nog eens bekrachtigd door Prins Maurits. Voor de Reformatie stond er bij de plaats van het huidge kerkhof een Mariakapel met daarin een beeldje, waaraan bovennatuurlijke krachten werden toegeschreven. Van heinde en verre kwamen pelgrims naar de kapel om Maria te eren en te bidden om kracht en genezing. De toeloop was zo groot, dat deze zelfs doorging na de Reformatie, zelfs toen van overheidswege besloten werd de kapel te slopen. In plaats van de kapel, kwam een kerk van het nieuwe geloof. De Maria-aanbidders bleven echter komen gesterkt door Martinus van Velde, een moedig priester die op 6 april 1639 overleed na verwoningen bij een aanslag toen hij bij Gouda de H. Mis opdroeg. Het beeldje werd in veiligheid gebracht, doch eeuwenlang is de verblijfplaats onbekend gebleven. Het heeft tot 1965 geduurd voordat het miraculeuze beeldje onverwachts opdook bij een expositie te Delft. Het beeld bleek door een Delftse familie gered en bewaard te zijn en later overgedragen te zijn aan het Catharijneconvent te Utrecht. Een kopie staat sedert 1971 in de oude doopkapel achterin de Nootdorpse Bartholomeuskerk, waar aanbidding plaats kan vinden. Wilsveen valt onder de Nootdorpse parochie van de H. Bartholomeus.

Overig

De kapel van de mariaverering is na de reformatie een protestantse kerk geworden en uiteindelijk in 1820 gesloopt. Tussen de resten werd een begraafplaats aangelegd, waarvan de oudste delen in 1998 rijksmonument werden. De gemeente Leidschendam-Voorburgheeft hier een van haar 'stadsbakens' geplaatst.

Luister hier naar verhalen over Wilsveen, ingesproken door Nel Verburg-Waaijer (Wilsveen, 1928)